Boekgegevens
Titel: Abrégé de la grammaire française
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1866
2e éd; 1e dr.: 1855
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1036
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200062
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Abrégé de la grammaire française
Vorige scan Volgende scanScanned page
141.
marque, s. f., teeken ; ken-
merk.
marquer, v. a., aanduiden.
maternel, adj., moederlijk.
matière, s. f., üof, vr.
matin, adv., vroeg.
mauvais, adj,, aleckt; kioaad.
méchanceté, s. f. , hoosheid.
médecin, s. m., geneesheer.
meilleur, adj., heter.
même, adv., et adj, zelfs,
zelf
de même. loc. adv., even
eens.
en même temps, loc. adv., te
gelijk.
menace, s. f., bedreiging.
mener, v. a., brengen.
mensonge , s. m. leugen.
mention, s. f., melding.
mépriser, v, a., verach-
ten.
méridional, adj., zuid; zui-
delijk.
mérite, s. m., verdienste.
mériter, v. a., verdienen.
mesure, s. f., maat.
métal, s. m., metaal.
mètre, s. m., nederland-
sche el.
mets, s. m., spijzen.
mettre, v. a., zetten; stel-
len; plaatsen.
mettre ie siège, het beleg
slaan.
mettre au jour, in 7 licht
geven.
se mettre en marche,, zich op
weg begeven.
midi, s. m., twaalf uren.
mieux, adv., beter.
millard, s. m., duizend mil-
Hoen.
millier, s. m. duizendtal.
million, s. m., millioen.
mince, adj. quai., dun.
mineur, adj., minderjarig.
mode, s. m. , wijs van een
werkwoord.
modèle, s. m., voorbeeld, mo-
del
modération, s. f., gematigd-
heid.
se modérer, v. p., zich ma-
tigen.
modestie, s. f,, zedigheid.
modification, s. f., wijzi-
ging.
modifier, v. a., wijziging.
moindre, adj., mind-er.
moins, adv., minder.
à moins que, conj., tenzij.
mois, s. m., maand.
moissonner, v. a., oogsten.
moitié, s. f., heïft.
momentané, adj., oogenblik-
kelijk.
monnaie, s. f., munt ^ geld.
monosyllabe, s. m., eenletter-
grepig woord.
montagne, s. f., berg.
monter, v. n., bestijgen.
montre, s. f., horloge.
montrer, v. a., ioonen.