Boekgegevens
Titel: Abrégé de la grammaire française
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1866
2e éd; 1e dr.: 1855
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1036
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200062
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Abrégé de la grammaire française
Vorige scan Volgende scanScanned page
140.
journée, s. f., dag; dag-
werk.
jovial, adj., vroolijk; lucht-
hartig.
jngement, s. m., oordeel.
juger, v. a., oordeelen.
jusqu'à, prép., zelfs.
jurer, v. a., vloeken.
Lâcheté, s. f., lafheid.
lait, s. m., melk.
!ang;:ge, s. m., taal, sijraak.
langue, s. f., taal.
large, adj. quai., breed.
larmes, s. I'., tranen.
lassitude, s. 1'., xjertnoeid-
heid.
légumes, s. n. , groenten.
iever, s. m., opgang.
se lever, v. p., opstaan.
liaison, s. T., oerbiuding.
libre, adj., vrij.
lien, s. m., band.
lier, v. a., verbinden.
lieu, s. m., plaats.
avoir lieu, v. n., reden heb-
ben'. plaats hebben.
au lieu de, loc. prép., in
plaats van.
lieue, s. f., /»y7, uur af-
stand».
lièvre, s. m., haan.
limites, s. f., grenzen.
lis, s. m., lelie.
livrer, v. a., overgeven.
iivrer bataille, slag leveren.
locutiou, s. f., uitdrukking.
loger, v. n., huisvesten.
être logé, v. pass. , gehuis-
vest zijn.
loi, s. f., wet.
loin, adv., ver.
long, adj., lang.
longueur, s. f., lengte.
lors même, loc. adv., dan
zelfs.
lorsque, conj., wanneer; aU.
louer, V. a., huren; verhu-
ren; prijzen.
loyer, s. m., huur.
luire, v. n., blinken.
les lumières, s. f., de ver-
lichting.
n.
se Maintenir, v. p., gehand-
haafd worden.
majeur, adj., meerderjarig.
mal, s. m., pijn.
mal, adv., slecht.
maladie, s. f., ziekte.
malin, adj., kwaadwillig.
boosaardig.
malheur, s. m,, ongeluk.
manche, s. 1., mouw.
manger, v. a., eten.
manière, s. f., manier.
de manière que, loc. couj., zoo-
dat.
en manière de, loc. prép., hij
wijze van.
manifester, v. a., aandui-
den.
manque, s, m., gebrek.
se marier, v. p., huwen.