Boekgegevens
Titel: Abrégé de la grammaire française
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1866
2e éd; 1e dr.: 1855
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1036
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200062
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Abrégé de la grammaire française
Vorige scan Volgende scanScanned page
137.
laligant, adj., vermoeiend.
fatiguer, v. a., vermoeien.
faux , adj., mUch.
laveur, s. f., gunst.
favori, adj., geliefkoosd
feindre, v. n., veinzen.
se féliciter, v. p,, zich ver-
heugen.
fenêtre, s. f., venster.
fertile, adj., vruchtbaar.
fête, s. f., feest.
feu, adj,, wijlen.
feu, s. m., vuur.
feuille, s. f., blad.
fidèle, adj., getrouw.
se fier, v. p., vertrouwen
stellen.
fièvre, s. f., koorts.
figure, s. f., gdaat, Jiguur.
figuré, adj., figuurlijk.
figurer, v. n., voorkomtn.
filou, s. m., gaauwdief.
fin , s. f., ei7ide.
final, adj., laatstt.
finale, s. f., uitgang van een
woord.
fixe, adj., bepaald, oast.
flatter, v. a., vleien.
fleurir, v. n., bloeien.
fleurissant, part. act ,
bloeiend.
flotter, V. n., drijven.
foire, s. f., kermis.
fois, s. f., maal, keer.
à la fois, toc. adv., te gelijk,
foncé, adj., donker {van
kleur.)
i fonction, s, f., verrichting, be-
! stemming.
: force, s. f., kracht.
force, adv., veel.
forcer, v. a., dwingen.
formation, s. f., vorming,
en forme de, loc. prép.,
in den vorm van.
I formule, s. f., vorm, for-
mule.
! fort, adj.. sterk.
fortifier, v. a., cersterken.
fou . adj., gek.
foudre, s. f., bliksem.
foule, s. f., menigte,
se fouler le pied, zijn voet
verstuiken.
I fourmi, s. f., mier.
i frais, adj., versch.
. frais, s. m., onkosten.
■ franc , adj., vrij,
: francisé, part, pass., ver-
franscht.
frémir, v. n., huiveren.
fréquenter, v. a., omgaan
met.
fripon, s. m., schurk.
frivole, adj., nietig.
froment, s. m. , tarwe.
frugal, adj., matig.
fumer, v. a., rooken,
funeste, adj., noodlottig.
g.
Gngne-petit, s. m., scharen-
slijper.
gagner, v. a. , winnen , ver-
dienen .