Boekgegevens
Titel: Abrégé de la grammaire française
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1866
2e éd; 1e dr.: 1855
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1036
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200062
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Abrégé de la grammaire française
Vorige scan Volgende scanScanned page
136.
f uphoiiiqut;, adj., wellui- extravagant, adj., builenspo-
dtnd.
rig.
M évader, v. p., onimap* i extravaguer, v. n., 'ijltn, ijU
j)en.
événement, s. m., geôeur-
ttnu.
éircntail, s. m., waaier.
évident, adj., klaarblijkelijk.
éviter, v. a., oniwijketi, ver-
mijden.
exceller, v. n., uitmunten.
exception, s, f., uitzonde-
ring,
exceptionnel, jadj., bij uitzon-
dtring.
hoofdig zijn.
extrêmement, adv., ten hoog-
ste.
F.
Face à face, tegen over Man-
der.
en face de, loc. prép., tegen
over.
fâclié, adj., boos.
fâcheux, adj., onaangenaam.
faculté, s. f., vermogen.
faiblement, adv., zwak.
exciter a, v. a., aatmoedi- î faire attention à, v., lettefé
gen.
exclure, v. a., uitsluiten.
exclusion, s. f., uitsluiting.
exemple, s. m., voorbeeld.
exempt, adj., vrij.
exhortation, s. f., verma-
ning.
exiger, v. a., eischen.
existance, s. f., aanwezen,
bestaan.
exister, v. n., bestaan.
expirer, s. n., den geest ge-
ven , verstrijken.
explicatif, adj., verklarend.
expliquer, v. a., verklaren.
explétif, adj., bij wijze van
een stopwooord.
expression, s. f., uitdruk-
king.
exprimer, v. a., uitdrukken.
externe, adj.. tdterlijk.
op.
faire exception, eene uitzonde-
ring maken,
faire impression sur, indruk
maken op.
faire des provisions, voorraad
opdoen.
se faire, v. p., plaatshebben,
zich toebrengen, verricht
worden.
se faire jour, zich een teeg
banen.
faire la loi, de wet voor-
schrijven.
faire mal, zeer doen.
fait, s. m., zaak, feit.
falloir, v. u., moeten.
familièrement, adv., gemeen-
zaam.
fardeau, s. m., last.
fatal, adj., noodlottig.