Boekgegevens
Titel: Abrégé de la grammaire française
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1866
2e éd; 1e dr.: 1855
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1036
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200062
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Abrégé de la grammaire française
Vorige scan Volgende scanScanned page
132.
D.
Daigner, v. a., zich terwaar-
digen.
d'après, prép., volgens.
danger, s. m., gevaar.
dangereux, adj., gevaarlijk.
davantage, adv., meer.
décéder, v, n., overVjden.
décerner, v. a., toewijzen.
décider à, v. a., doen be-
sluiten tot.
décime, s. m., tiende deel
mn een frank.
déclarer, v. a., verklaren.
dédaigner, v. a., versmaden.
se défaire, v. p., zich ontdoen.
ftlre défait, v. pass., verslagen
worden.
défaut, s. m., gebrek.
se défier, v. p., wantrouwen.
dégoût, s. m., walging.
se dégoûter, v. p., een tegen-
zin hebben.
dégoutter, v. n., afdruppe-
len.
degré, s. m., trap,
dehors, adj., buiten.
délice, s. m., geneuqle.
demain , adv,, morgen.
demander, v. a., vragen.
démarche, s. f., stap.
demeurer, v. n., blijven, wo-
nen.
demeurer debout, v. n., recht
op blijven staan.
demi, adj., half.
démonstratif, adj., aanwij-
zend.
dénomination, s. f., bena-
ming.
se dépêcher, v. p., zich haan-
ten.
dépendance, s. f., afhankelijk-
heid
dépendant, adj., afhankelijk.
dépenser, v. a., verteeren.
déplaire, v. n., mishagen.
dépositaire, s. m., iemand aan
wien men iets toevertrouwt.
depuis que, conj., sedert.
dernier, adj., laatst.
dériver, v. a., afleiden.
derrière, prép., achter.
se désabuser, v. p., tot betere
inzichten komen.
désavouer, v. a., verlooche-
nen.
descendre, v. n., naar beneden
kom.en, afstammen.
désespérer, v. n., toanhopeu.
designer, v. a., aanduiden.
désir, s. m., begeerte.
désirer, v. a., verlangen.
dessécher, v. n., uitdroogen.
desservir, v. a., ondienst
doen,
dessin, s. m., teekening.
dessiner, v. a., teekenen.
dessous, adv., onder, bene-
den.
dessus, adv., boven.
destiné, part, pass., bestemd.