Boekgegevens
Titel: Abrégé de la grammaire française
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1866
2e éd; 1e dr.: 1855
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1036
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200062
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Abrégé de la grammaire française
Vorige scan Volgende scanScanned page
129.
,;|de bonne heure. loc. adv.,
vroegtijdig.
bonté, s. f., goedheid.
se borner à, v. p., zich be-
palen bij.
bornes, s. f., grenzen.
bouger, v. n., zich bewegen.
bourse, s. f., beurs.
bouteille, s. f., p^sch.
branche, s. f., iak.
bras, s. m.. arm.
brave, adj. quai., dapper.
bref, adj., kort.
bureau, s. m., schrijftafel,
c.
Cacher, v, a, verbergen.
caduc, adj., bouwvallig.
cal, s. m., eelt.
campagne, s. f., land, veld.
à la campagne, loc. adv., op
het land.
canal, s. m., gracht.
capable, adj., bekwaam.
capitale, s. f., hoofdstad.
caractéristique, adj., kenmer-
kend.
carnaval, s. m., vastenavonds-
vreugd.
cas, s. m., geval.
1 cause que, loc. conj., ter
oorzake van.
causer, v. a., veroorzaken.
céder, v. n., toegeven, wij-
ken.
centaine, s. f., honderdtal.
centuple, s. m., honderdvoud.
cependant, adv., evenwel.
cerise , s. f., kers.
certain, adj., zeker.
certitude, s. f., zekerheid.
cesser, v, n., ophotiden.
chacun, pron. ^ iederee^j.
chagrin, s. m., verdriet.
chagrin, adj., verdrietig.
chaîne, s. f., ketting, keten.
chaise, s. f., stoel.
chaleur, s. f., warmte.
changement, s. m., verande-
ring.
changer» v. a., veranderen.
chanson, s. f., liedje
chapitre, s. m., hoofdstuk.
chaque, adj. ind., ieder.
charger, v. a., belasten.
charité, s. f.. liefdadigheid.
charmant, adj., bekoorlijk.
charmé, adj., verrukt.
chasse, s. f., jacht.
château, s. m., kasteel.
chauffe-pieds, s, m., stoof.
chef-lieu , s. m., hoofdplanta.
chêne, s. m., eikenboom.
cher, adj., dierbaar.
chercher à, v. a., trachten.
chétif, adj., ellendig nietig.
chèvrefeuille, s. m., kamper-
foelie.
chien de, toc. adj., hondsch.
choir, v. n., vallen.
choisir, v. a., kiezen.
choquer, v. a., beleedigen.
chou-fleur, s. m., bloemkool.
chrétien, adj., christelijk.
ciel, s. m., kernel.