Boekgegevens
Titel: Abrégé de la grammaire française
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1866
2e éd; 1e dr.: 1855
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1036
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200062
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Abrégé de la grammaire française
Vorige scan Volgende scanScanned page
126.
accepter, v. act., aannemen.
acception, s. f. beteakenis,
accent, s. m., toonieeken.
accident, s. m., toeval.
accidentellement, adv., toeval'
lig.
accompagner, v. act., verge-
zellen.
accomplissement, s. m., ver-
vulling.
accord, s. m., overeenstem-
ming.
accorder , v, act., toestaan.
s'accorder, v. pr., overeenstem-
men.
accuser, v. act., beschuldigen.
accusateur, s. m., beschuldi-
ger.
acheter, v. a., koopen.
achèvement, s. m., voltooi-
ing.
achever de, v. n., eindigen
met.
acteur, s. m., tooneelspeler.
actif, adj., bedrijvend^ werk-
zaam.
action, s. f., handeling^
addition, s. f, toevoeging.
additionnel, adj,, toegevoegd.
adjectivement, adv., als bijv.
naamwoord.
admettre, v. act., toelaten.
admirable, adj., bewonde-
renswaardig.
admiration , s. f., bewonde-
ring.
admirer, v. act. bewonderen.
adoré, part. pass., aangebe-
den , beminde
adresse, s. f., adres.
adresser, v. act., richten tot,.
adverbial, adj., bijwoorde-
lijk.
I aérien, adj., luchtvormig,
\ affaire, s. f., zaak.
I avoir affaire à. v., doen
hebben met.
avoir affaire de, v., noodig
hebben.
afi'amé, part., uitgehongerd,
alïecter de, v., den schijn
aannemen van.
afiection, s. f. , toegenegen-
heid.
atfection de l'âme, s. f.,
zielsaandoening.
affirmation, s. f., bevestiging,
affirmer, v. a., bevestigen.
affligé, part., bedroefd.
âge, s. m., leeftijd.
agir, V. w. handelen,
il s'agit, V. n., het betreft.
agréable, adj., aangenaam.
agrément, s. m. genoegen.
aide, s. f., hulp.
à Taide, loc- prép., met be-
hulp.
aider, v. a., helpen.
aïeul, s. m., voorvader,
grootvader.
aile, s. f., vleugel.
aimable, adj., beminnelijk,
aimer, v. a., beminnen.
aimer à, v. a., «r van houden.