Boekgegevens
Titel: Abrégé de la grammaire française
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1866
2e éd; 1e dr.: 1855
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1036
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200062
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Abrégé de la grammaire française
Vorige scan Volgende scanScanned page
107
confus. — - verward. •
Les meubles entassés con- Huisraad verward opeenge-
fusément. hoopt.
âifius. — wijdloopig.
Il parle toujours diffusé- Hij spreekt altijd wijdloo-
ment. Pig-
expres. — stellig.
Je le lui avait défendu Ik had het hem nadruk-
expressément. kelijk verboden.
importun. — lastig.
Il m'a pressé importuné- Hij heeft op eenelastige wijze
ment. bij mij aangedrongen.
obscur. — donker
La nuit approchait ; on De nacht naderde; men zag
ne voyait les objets qu' de voorwerpen slechts
obscurément. in het donker.
précis. ■ — juist.
Il est revenu précisément Hij is juist op het bepaalde
à l'heure indiquée. uur teruggekomen.
profond. — diep.
Un arbre profondément Een diep ingewortelde
enraciné. boom.
e. Les adverbes suivants ne sont pas formés d'ad-
jectifs :
Il doit arriver incessam- Hij zal overwijld aanko-
ment. men.
On a accusé plusieurs per- Men heeft verscheidene per-
sonnes, et notamment sonen beschuldigd, en
un tel. vooral dieü.