Boekgegevens
Titel: Abrégé de la grammaire française
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1866
2e éd; 1e dr.: 1855
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1036
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200062
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Abrégé de la grammaire française
Vorige scan Volgende scanScanned page
106.
d. L'e muet de quelques adjectifs masculins, de
même que l'e muet de quelques adjectifs féminins, se
change en é fermé. On les trouve dans les exemples
suivants :
aveugle. — blind.
Il mit aveuglément ses Hij volgt blindelings zijne
capriees. grillen.
commode. — gemakkelijk.
Vous pouvez faire cela Gij kunt dat gemakkelijk
commodément. doen.
conforme. — overeenkomstig.
II vit conformément à son Hij leeft overeenkomstig
état. zijn staat.
énorme. — verbazend groot.
Sa faute est énormément Zijne schuld is verbazend
grande. gi'oot.
immense — onmetelijk.
II est immensément riche. Hij is verbazend rijk.
opiniâtre. — hoofdig.
II soutient opiniâtrément Hij houdt stijfhoofdig zijne
son erreur. dwaling staande.
eenvormig.
Zij hebben allen op dezelfde
uniforme. —
Us ont tous opiné unifor-
mément.
wijze hun gevoelen geuit.
commun.
semeen.
Telle est l'idée qu'on s'en
fait communéiTient.
Zoodanig is het denkbeeld,
dat men er zich geineen-
lijk van vormt.