Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
al dikker en dikker. Licht men na verloop van een kwartier de klok
op, dan vindt men op het bord een dun laagje van eene sneeuw-
witte stof, die zeer oplosbaar is in water.
Ammoniakgas en zoutzuurgas geven te zatnen een fijn wit poe-
der, dat langen tijd als rook in de lucht kan blijven zweven, en
dat zeer oplosbaar is in water.
142®'" Proef Men verdunt in een ruim bekerglas het sterke zout-
zuur van den handel met ongeveér eene zelfde hoe-
veelheid water. Evenzoo in een ander bekerglas de
ammonia van den handel. Daarna brengt men van het
verdunde zoutzuur 50 CC. in een kleiner bekerglas. Om
dit gemakkelijk te kunnen doen gebruikt men eene pipet
'' (zie fig. 18), dat is eene glazen buis van bijzonderen
vorm, die ingericht is om op eenvoudige wijze eene
bepaalde hoeveelheid vloeistof af te meten. "\'ult men
deze pipet tot op eene bepaalde hoogte, die door een
streepje op het glas wordt aangegeven, met het ver-
dunde zoutzuur, en laat men het zoutzuur vervolgens
uitloopen, dan vloeit er 50 CC. zoutzuur uit').
Men kleurt nu de 50 CC. zoutzuur met een paar
^ droppels lakmoes-oplossing rood, en laat daarna van
de verdunde oplossing van ammonia toedroppelen, dat
de roode kleur weder in blauw overgaat. Om gemak-
kelijk te kunnen zien, hoeveel ammonia men daarvoor
noodig heeft, laat men de ammonia toevloeien uit eene
buis, die in CC. verdeeld is, en waaruit men zooveel
kan laten vloeien, als men verkiest. Dergelijke buizen
zijn dus geschikt om willekeurige hoeveelheden van
Veene vloeistof af te meten, terwijl men met de pipetten
slechts eene enkele hoeveelheid kan afmeten. Men noemt
Fig. 18. zulke buizen buretten (zie fig. 19).
De eerste droppels ammonia kleuren de vloeistof wel blauw op
de plaats, waar zij vallen, maar, als men schudt, komt de roode
kleur terug. Gaat men voort met langzamerhand ammonia toe te
voegen, steeds zorgende dat men het zoutzuur telkens omroert, dan
De inhoud van de pipet is dus iets grooter dan 50 CC., -want er blijft
eenig vocht aan den glaswand kleven.