Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
die gedeeltelijk naar beneden valt. Na verloop van een paar minu-
ten sluiten wij ook dit glas weder, en handelen er mede als met
het eerste. Het water stijgt bijna in het geheel niet in dit cylin-
derglas.
Het gas, dat men bij verwarming uit zoutzuur verkrijgt, en
dat men zoutzuurgas noe7nt, is een kleurloos gas van eenen prik-
kelenden reuk. Het vormt witte nevels, als het met lucht iti aan-
raking komt, en is zeer gemakkelijk in water oplosbaar. Een
brandende zwavelstok wordt in dit gas uitgebluscht. Het gaat i7i
de lucht gemakkelijker naar be7ieden dan naar boveti. Het zout-
zuur is niets anders dan eene min of meer zuivere oplossing van
dit gas in water
Het vierde cylinderglas laat men eenige dagen goed gesloten staan.
Daarna zet men het overeind en neemt de dekplaat weg. Men ziet
juist hetzelfde als bij het tweede cylinderglas. Na een paar minuten
sluit men het glas weder met de dekplaat, keert het om en neemt
de dekplaat weg. Nu ziet men, evenals bij het derde cylinderglas,
het gas er uit vallen; er komen dikke nevels uit.
In gesloten jiesschen kan men zoutzuurgas onveranderd bewaren.
136'^*° Proef. Men gebruikt denzelfden toestel als bij de vorige
proef, en laat in de kolf A hetzelfde zoutzuur blijven, waaruit men
het gas bij de vorige proef gedeeltelijk heeft verdreven. In het kolfje
B brengt men een weinig water, zoodat het uiteinde van het buisje
c even in het water dompelt. Daarna verwarmt men de kolf A op
het zandbad, totdat het zoutzuur daarin goed kookt.
Uit het zoutzuur in A komt weder eene groote hoeveelheid zout-
zuurgas, zooals men kan laten zien door het caoutchouc-buisje, dat
b c verbindt, voor een oogenblik los te maken. Men ziet dan uit
de kolf A dikke nevels komen, wier vorming men dadelijk belet,
als men het caoutchouc-buisje weder over ^ schuift. Het zoutzuurgas,
dat zich ontwikkelt, wordt geheel door het water in B opgelost.
Nadat de vloeistof in A een paar minuten gekookt heeft, schuift men
het buisje c zooveel in de hoogte, dat het ondereinde even boven
het vocht in B uitkomt, en laat den toestel bekoelen. Van de vloei-
stof in A brengt men eenige droppels in een reageerbuisje en voegt
lakmoes toe.
Door koking kan men niet al het zoutzuurgas uit het zoutzuur ver-
drijven , want de gekookte vloeistof kleurt lakmoes nog altijd rood.