Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
VRAGEN TER HERHALING.
Wat noemt men eene warmte-eenheid of calorie ? Bereken de tem-
peratuur, die een mengsel aanneemt van 50 gram water van 10° met
300 gram water van 45°. En de temperatuur van een mengsel van
25 gram water van 100° met 175 gram water van 20°. Waarom zegt
men, dat er bij de verdamjjing van water warmte latent, d. i. ver-
borgen , wordt ? Kan men deze verborgen warmte ook weder duidelijk
merkbaar maken? Hoeveel calorieën geeft een gram waterdamp van.
100° af, als het in water van 100° overgaat? Hoe hoog zal de tem-
peratuur rijzen van een kilogram water van 20°, als men daarin 200
gram waterdamp van 100° laat uitstroomen ? Wat gebeurt er, als men
aanhoudend waterdamp in spiritus leidt ? Hoe kan men eene verklaring
geven van de verkoeling, die verdampende vloeistoffen ondergaan?
Waar blijft de warmte, die deze vloeistoffen hebben verloren? Hoe
kan men aantoonen, dat er bij de smelting van ijs warmte latent
wordt? Hoeveel gram ijs zal men kunnen smelten met 100 gram vloei-
baar water van 100° ? en met 100 gram waterdamp van 100° ? Op
welke verschillende wijzen verspreidt zich de warmte ? Welke lichamen
geleiden de warmte goed, welke geleiden haar slecht ? Hoe zal men
onderzoeken, of een lichaam de warmte goed of slecht geleidt? Hoe
toont men aan dat de warmte zich ook door straling verspreidt?
Verwarmen zich alle voorwerpen, die door stralende warmte worden
getroffen? Heeft de toestand der oppervlakte ook invloed op de op-
sloqDing der stralende warmte? Wanneer zal een voorwerp meer
warmte uitstralen, als men de oppervlakte dof heeft gemaakt of als
deze glinsterend is?