Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
noemt deze wijze van verspreiding der warmte de straling der
warmte. Daar deze stralende warmte door een scherm kan worden
tegengehouden, kunnen wij besluiten, dat zij zich alleen volgens
rechte lijnen verspreidt. Elk warm voorwerp zendt naar alle zijden
warmtestralen uit, die, ten minste voor het grootste deel, onveran-
derd door de lucht heengaan en eerst bij het stooten tegen sommige
vaste stoffen en vloeistoffen deze verwarmen.
Niet alle voorwerpen worden verwarmd, als zij door deze stralende
warmte worden getroffen. Laat men in den zomer de zonnestralen
door eene glazen plaat, een vensterglas bijv., op zand vallen, dan
is het zand na eenige minuten veel warmer dan het glas en ook veel
warmer dan de lucht. Men kan dit met de hand voelen en met den
thermometer nauwkeuriger aantoonen.
Terwijl zand door de zonnestralen sterk verwarmd wordt, laten
glas en lucht de zonnestralen door, zonder dat zij zich aanmerke-
lijk verwarmen.
132ste Proef. Stelt men eene glazen plaat tusschen zich en de
warme kachel, dan wordt de stralende warmte door de glazen plaat
bijna even goed tegengehouden als door een houten scherm. De gla-
zen plaat wordt daarbij zeer warm.
Glas laat wel de warmtestralen vati het zonlicht voor het groot-
ste deel onveranderd doorgaan, maar houdt die van eene warme
kachel bijna geheel tegen.
Wanneer een lichaam door stralende warmte zijne temperatuur
verhoogt, zooals het glas bij de vorige proef, dan zegt men
dat het lichaam een deel van de stralende warmte opslorpt of
absorbeert.
133®"" Proef. Men neemt twee blikken kokertjes van gelijken
vorm en gelijke grootte. De gepolijste oppervlakte van het eene ko-
kertje laat men onveranderd, die van het andere bedekt men met
een laagje lampzwart door het kokertje in de vlam van eene kaars
of lamp te houden. Als het laatste kokertje weder bekoeld is, brengt
men in beiden eene zelfde hoeveelheid koud water en leest de tem-
peratuur van het water met den thermometer af. Het water moet in
de beide kokertjes nagenoeg even warm zijn. Nu laat men de beide
kokertjes, die men op dezelfde onderlaag geplaatst heeft, door de
zon beschijnen of brengt ze in de nabijheid van de warme kachel.
Als men na eenige minuten nog eens de temperatuur van het water