Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
127®'® Proef. In een klein kolfje brengt men onderzwaveligzure
soda en verwarmt het zout. Het smelt weldra en begint na eenigen
tijd te koken, waarbij een deel van het kristalwater (zie hierboven
bij blz. 9) verdampt. Sluit men nu de hals van de kolf met eene kurk
en laat haar rustig staan op een blokje hout of een zandbad, ■ dan
blijft de onderzwaveligzure soda ook na afkoeling vloeibaar. Dan
verwijdert men de kurk voorzichtig en steekt den bol van een ther-
mometer in het gesmolten zout. Dit neemt plotseling den vasten
toestand aan, terwijl de temperatuur aanmerkelijk rijst. De thermo-
meter stijgt wel 20°.
Zooals het ijs bij zijne smelting warmte opneemt en latent doet
worden, evenzoo doen alle vaste lichamen, wanneer zij vloeibaar
worden. Nu kan men vele vaste stoffen op twee wijzen vloeibaar
maken, door smelting en door oplossing. Bij de smelting wordt de
noodige hoeveelheid warmte gegeven door de vlam, die men ter
verwarming gebruikt. Van waar kan de warmte komen, die bij cle
oplossing verbruikt wordt? (Herinnering aan de verkoeling van wa-
ter, waarin men zouten oplost, blz. 8, 46. Oplossen van salpeter in
koud water).
37. GELEIDING DER WARMTE.
1286'e Proef. Men houdt het uiteinde van een glazen roerstaafje
in de vlam van eene spirituslamp. Nadat het gedeelte van het staafje,
dat in de vlam gebracht is, gloeiend is geworden, vat men het
staafje aan op eenen geringen afstand van de plaats, waar het
gloeit.
Zoo kan men ook, gelijk bekend is, een brandend stuk hout vast-
houden zeer dicht bij de plaats, waar het brandt.
129ste Proef. Men verwarmt het einde van eenen koperdraad en
van eenen ijzerdraad in de vlam der spirituslamp en laat voelen,
dat de warmte zich verspreidt tot op eenen aanzienlijken afstand van
de verwarmde plaats.
Terwijl de warmte zich in somtnige lichamen tuet moeite van
deeltje tot deeltje verspreidt, wordt zij daarentegen in andere
lichamen gemakkelijk van het eene deeltje op het andere overge-