Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
De loo gram ijs zijn hierbij eerst gesmolten, en het water, dat
door die smelting ontstond, is van o° tot 10.5° verwarmd. De
warmte, die voor deze twee werkingen verbruikt wordt, is ons be-
kend; want die warmte is afgegeven door de 100 gram warm water,
die van 100^ tot 10.5° zijn afgekoeld. De warmte, die deze 100
gram water hebben afgestaan, bedraagt 100 X 89.5 of 8950 calo-
rieën. Van deze warmte is een gedeelte gebruikt om het gesmolten
ijs van 0° tot 10.5° te verwarmen, daarvoor waren 100 y 10.5 of
1050 calorieën noodig. De rest van de verbruikte warmte, 8950 —
1050 of 7900 calorieën, is noodig geweest voor de smelting van 100
gram ijs.
Er wordeji dus bij de smelting van een gram ijs 79 calorieën
latent.
Zullen 10 gram ijs van 0° geheel smelten, als men ze mengt met
40 gram water van 40° ? En wat zal de temperatuur van. het mengsel
zijn, wanneer wij aannemen, dat de omringende lucht geen warmte
daaraan onttrekt en evenmin warmte daaraan afgeeft? Welke tempe-
ratuur zal, bij dezelfde onderstelling, een mengsel van 20 gram ijs
van 0° met gram water van 80° aannemen?
Als een gram ijs overgaat in water van 0°, worden 79 calorieën
latent. Wat zal er gebeuren, wanneer een gram water van 0° weder
overgaat in ijs? Het is te verwachten, dat bij dezen overgang van
water in ijs de latente warmte weder vrij zal worden, evenals bij de
verandering van waterdamp in water de latente warmte van den
damp weder bemerkbaar wordt door den thermometer. Dit is ook
inderdaad het geval, maar het is niet mogelijk, deze vrijwording
van warmte door eene eenvoudige proef aan te toonen. Dat echter
het water warmte afgeeft, wanneer het bevriest, kan men afleiden
uit de wijze, waarop dit bevriezen geschiedt. Zelfs wanneer de tem-,
peratuur der lucht in den winter verscheidene graden onder nul is,
bevriest toch het water niet plotseling, maar uiterst langzaam. Elk
gram ijs, dat zich vormt, geeft bij zijne bevriezing 79 calorieën af
aan de omringende waterdeeltjes. Deze hoeveelheid warmte verwarmt
het water en moet eerst weder opgenomen worden door de koude
lucht, voordat de bevriezing kan voortgaan.
Sommige zouten, die bij verwarming spoedig smelten, geven ge-
legenheid de vrijwording van warmte bij het stollen duidelijk te
laten zien.