Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
Ook de koude, die bij de verdamping ontstaat, en die wij op
bldz. 51 en 52 hebben besproken, wordt gemakkelijk verklaard, nu
wij weten, dat er bij de verdamping der vloeistoffen zooveel warmte
verbruikt wordt. Wanneer wij aether op onze hand laten verdampen,
vereischt ieder gram aether, dat verdampt, ongeveer 90 calorieën-
Deze 90 calorieën worden onttrokken aan den overblijvenden aether
en aan de hand. Het gevolg daarvan is, dat beiden sterk worden
afgekoeld.
Wat zal er wel gebeuren, als wij den damp van 50 gram water
laten uitkomen in een bekerglaasje, dat 100 gram water van 10°
bevat? Om 100 gram water van 10° tot de kooktemperatuur te
verwarmen, zijn go x 100 of 9000 calorieën noodig. Elke gram
waterdamp, dat zich in het bekerglaasje tot vloeibaar water van 100°
verdicht, geeft daarbij 537 calorieën. Dus zullen de 9000 calorieën,
die vereischt worden om de 100 gram water te doen koken, reeds
afgegeven zijn, zoodra of ruim 16 gram waterdamp zijn over-
537
gedistilleerd. Wat er na dien tijd geschieden zal, blijkt uit de
123"'« Proef. Men herhaalt de vorige proef, maar brengt in het
bekerglas slechts 100 gram water. Nadat meer dan een derde ge-
deelte van de vloeistof uit de retort is overgedistilleerd, begint het
water in het bekerglas te koken, en de damp, die in de kokende
vloeistof aankomt, wordt niet meer verdicht.
I24»''' Proef. Men brengt in een klein retortje 50 gram spiritus
en sluit het retortje met eene kurk, waarin twee gaten geboord zijn.
In het eene gat bevestigt men eenen thermometer, in het tweede
het eene been van een rechthoekig omgebogen glazen buisje, dat
men in den spiritus laat uitkomen. Men leidt nu waterdamp, dien
men op dezelfde wijze als bij de vorige proef verkrijgen kan, door
het glazen buisje in den spiritus, en brengt den hals van de retort
in eenen ontvanger.
Terwijl de waterdamp zich in den spiritus verdicht, stijgt de tem-
peratuur van de vloeistof voortdurend. Even boven het kookpunt
van alcohol gekomen, begint de vloeistof in de retort, die dan na-
tuurlijk uit een mengsel van spiritus en water bestaat, te ko-
ken. De vloeistof, die in den ontvanger overdistilleert, is alco-
hol met een weinig water. Men zie over spiritus en alcohol bldz.
37—39-