Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
55
ben afgegeven, want bij die menging is hunne temperatuur van loo^
tot 50^ gedaald.
Om 100 gram water van 50° tot 100° te vej'warmeri ^ is juist
evenveel wa7'mte noodig^ als om, dezelfde hoeveelheid water van 0°
tot 50° te verwarmen. Om 100 gram water van d^ tot 100^ te ver-
wvrmen is twee maal zooveel warmte noodig^ als om \Q0gra7n water
van o^ tot 50°, of van 50® tot 100° te verwarmen.
Evenzoo kan men gemakkelijk uit de uitkomsten van de iió^^^en
iiyde Proef afleiden, dat men twee maal meer warmte noodig heeft
om 100 gram water twee graden te verwarmen, dan om 100 gram
water eenen graad te verwarmen; vier maal zooveel warmte om de-
zelfde hoeveelheid vier graden te verwarmen, enz.'y.
118^0 Proef. Men verwarmt met dezelfde spirituslamp achtereen-
volgens gedurende eenen zelfden tijd, bijv. vijf minuten, eerst 100
gram water, daarna 300 gram water, en plaatst de bekerglazen-, die
het water bevatten, bij die verwarming op denzelfden afstand van
de vlam. Men teekent in beide gevallen de verhooging der tempe-
ratuur aan.
Men bemerkt, zooals te verwachten was, dat de stijging der tem-
peratuur in het laatste geval ongeveer drie maal" kleiner is dan-in
het eerste.
Om 300 gram water 10 graden in te^nperatuur te doen stijgen ^
is drie 7naal meer war7nte noodig ^ da7i 07n 100 gra7n eve7iveel te
verwarmen; om 200 gram evenveel te verwarmen ^ is twee 7naal
meer warmte 7100dig, enz..
Wij 7ioemen nu de hoeveelheid \warmte ^ die 7ioodig is om ee7i
gram water eenen graad in temperatuur te doen stijgen, eene
warmte-eenheid of calorie. Nu heeft men, blijkens het voorgaande,
om 2 gram water eenen graad te verwarmen twee calorieën noodig;
om 3 gram water eenen graad te verwarmen drie calorieën; om 100
gram water eenen graad te verwarmen honderd calorieën. Wil men
Deze opgaaf is niet volkomen overeenkomstig] met de waarheid. Neemt
mm zeer nauwkeurige proeven, dan blijkt het dat er meer warmte noodig is,
om warm water eenen graad in temperatuur te doen rijzen dan koud, zoodat
men dus voor de verwarming van 50® tot 100® meer warmte verbruiken moet
dan voor de verwarming van O® tot 50°. Het verschil is echter zoo klein, dat
het alleen bij zeer nauwkeurige proeven kan blijken.