Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
Bier bestaat uit tiiet-vluchtige stoffen, het bierextract, opgelost
in een mengsel van twee vluchtige vloeistoffen, water en alcohol.
Bij de distillatie van de melk gaat men op dezelfde wijze te werk
als bij die van het bier. De vloeistof, in het eerste bekerglas opge-
vangen, onderscheidt zich niet merkbaar van de volgende vloeistof;
de melk geeft bij distillatie niets dan water. Bij het einde van de
distillatie laat de melk in de porseleinen schaal eene aanzienlijke
hoeveelheid achter van eene vaste, witte stof (de vaste bestanddeelen
van de melk).
Melk is eene oplossing van vaste, niet-vluchtige stoffen in water.
io6<'i: Proef Men distilleert in eene groote retort citroenschillen
met wat water.
Het water, dat overdistilleert, vertoont duidelijk den reuk der
citroenschillen. Wanneer de schillen bijna droog zijn geworden,
legt men eenen anderen ontvanger aan, zet de retort in een bakje
met zand (een zandbad) en verhit sterker. Weldra worden de schil-
len donker gekleurd en er distilleert eene vloeistof van eenen scher-
pen reuk.
In citroenschillen is eene vluchtige stof aatiwezig, gemengd tnei
eene groote hoeveelheid niet-vluchtige stoffen.
107de Proef). Men herhaalt dezelfde proef eerst met anijszaad,
daarna met fenkelzaad. De uitkomst is dezelfde.
Ook in anijs- en fenkelzaad is eene vluchtige stof, gemengd met
eene groote hoeveelheid niet-vluchtige stoffe?i.
In sommige fabrieken distilleert men zeer groote hoeveelheden
citroenschillen, anijszaad, fenkelzaad en andere riekende plantendeelen
met water. Is de hoeveelheid van het overdistilleerende reukwater
aanzienlijk, dan komt een gedeelte van de riekende stof, die in het
water is, als een olielaagje boven drijven. Deze olie heeft denzelfden
reuk als het reukwater, maar veel sterker. Men noemt dergelijke rie-
kende oliën vluchtige of aetherische oliën.
') Mocht de herhaling van deze gelijksoortige proeven \vat veel tijd kosten,
dan kan men natuurlijk met de beschrijving daarvan volstaan.
SPRrYT, Leiddraad. 2e druk. 4