Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
onderzoekt daarom den reuk van de vloeistof met voorzichtigheid.
Uit deze proef blijkt duidelijk, dat de olie bij de distillatie geheel
veranderd wordt. Er komt een brandbaar gas uit, en ook de over-
distilleerende vloeistof met haren scherpen reuk is eene geheel andere
stof dan de bijna reukelooze olie.
De stoffen, die bij verwarming overgaan in dampen, welke bij
hunne verdichting weder de oorspronkelijke stof doen ontstaan,
noetnt men vluchtige stoffen.
De stoffen daarentegen, die bij verwarming in 't geheel geen
dampen geven, of die dampen vormen, waaruit zich bij afkoeling
geheel andere stoffen afzetten, noemt men niet-vluchtige stoffen.
Van welke der tot nu toe behandelde stoffen is u bekend, dat zij
vluchtig zijn, van welke dat zij niet-vluchtig zijn?
105^» Proef. Men distilleert uit eene retort, aan wier hals een
afkoeler bevestigd is, eerst bier en daarna melk. Men plaatst de retort
op een metaalgaas en verwarmt met de spirituslamp. Tegen het
einde van de distillatie brengt men de kleine hoeveelheid vloeistof,
die in de retort is overgebleven, in een porseleinen schaaltje, dat
men in eenen ring van den filtreerstandaard vlak boven eene grootere
schaal zet, waarin men water aan de kook houdt.
De dampen, die uit het bier opstijgen, verdichten zich tot eene
vloeistof, die men in een bekerglaasje opvangt. Zoodra de overge-
distilleerde vloeistof ongeveer '/so bedraagt van de vloeistof in de
retort, vervangt men het eerste bekerglas door een ander. De vloei-
stof in het eerste bekerglas heeft den reuk van bier, zij is brandbaar.
Dit laatste kan men het best aantoonen, als men het vocht in een
verwarmd schaaltje brengt en het met eenen brandenden zwavelstok
aanraakt. Deze vloeistof is niets anders dan waterige alcohol met
eene riekende stof uit het bier. De vloeistof, die in het tweede
bekerglas is opgevangen, heeft ook den reuk van bier, maar is niet
meer brandbaar.
Bij het einde van de distillatie blijft er in de porseleinen schaal
eene aanmerkelijke hoeveelheid van eene bruine, taaie stof terug
(extract van het bier, bierextract).
Zou de spiritus, die bij verwarming uit het bier ontwijkt, reeds
voor de verwarming in het bier aanwezig zijn? (Van bier wordt
men dronken, van met water verdunde spiritus, bijv. jenever, bran-
dewijn, eveneens).