Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
eenig gekorreld zink in. Verwarmt men dan weder, dan heeft het
koken rustiger plaats.
Deze proeven leveren dezelfde uitkomst als die met de oplossing
van potasch. Bij het inbrengen van al deze zouten stijgt de kook-
temperatuur van het vocht. De kookpunten der verzadigde zoutop-
lossingen verschillen; zij zijn voor
de oplossing van glauberzout 104 graden
„ „ „ keukenzout 108 „
„ salpeter 116
„ „ „ chloorcalcium 179 „
De kooktemperatuur der zoutoplossingen ligt boven 100 graden;
zij stijgt, als de sterkte der oplossing toeneemt; de verzadigde op-
lossingen der verschillende zouten hebben ieder een standvastig
kookpunt.
Ook het pompwater (zie de 80«*« Proef) en zelfs het regenwater
koken even boven de 100 graden.
28. ZWAVEL.
Op sommige plaatsen, vooral in Sicilië, is de aarde met zwavel
vermengd; van de onzuivere zwavel, die uit deze aarde wordt
verkregen, bereidt men in fabrieken de stangenzwavel en de zwa-
velbloemen.
De stangenzwavel vormt gele, broze stukken, die met de warme
hand aangevat een zwak knetteren doen hooren. De zwavelbloemen
zijn een fijn, lichtgeel poeder.
94"« Proef. Eenige stukjes stangenzwavel worden in een kolfje
met water verwarmd.
Zij blijven daarin onveranderd, ook als het water kookt. De zwa-
vel is onoplosbaar in koud en in warm water en smelt nog niet in
kokend water,
Qjste Proef. Eene groote hoeveelheid zwavel (bijv. 200 gram)
wordt in een droog kolfje langzaam verwarmd. Men plaatst daartoe
het kolfje in eene schaal, die met eene chloorzink-oplossing gevuld
is van zoodanige sterkte, dat zij bij omstreeks 125 graden begint te
koken. Daarna verwarmt men de oplossing van chloorzink met eene
spiritusvlam. In de verwarmde zwavel bevestigt men eenen thermo-