Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
behoort dus ook te zorgen, dat zich geen aanzienhjke hoeveelheid
alcohoklamp in een besloten vertrek kan vormen.
giste Proef. Men vult een kolfje met eenen wijden hals tot op
de helft met zuiveren aether. Men sluit het kolfje met eene kurk,
waarin twee gaten geboord zijn. In het eerste gat steekt men den
thermometer, op zoodanige wijze, dat de uol even in den aether
dompelt, in het tweede gat brengt men een kort wijd buisje. Men
bevestigt den hals van de kolf in een retortklem en plaatst de koli
in eene schaal met warm water (van 60 d. 80 graden).
Weldra begint de aether te koken; de thermometer wijst in den
kokenden aether voortdurend op 34 graden; terwijl de temperatuur
van het water in de schaal langzamerhand daalt, zooals men kan
aantoonen door nu en dan de kurk van de kolf af te nemen en de
temperatuur van het water te onderzoeken. Heeft men eenen tweeden
thermometer, dan behoeft men dit niet te doen; men plaatst dan den
bol van den tweeden thermometer in het water van de schaal.
J/ei kookpunt van aether ligt bij 34 grade?i.
Water, alcohol en aether hebben verschillende kookpunten (100,
78 en 34 graden); het kookputtt van elke van deze vloeistoffen is
altijd hetzelfde, hoe groot of klein men de vlam onder de kokende
vloeistof ook maakt.
92«'«! Proef. In eene porseleinen schaal brengt men 100 gram
water aan het koken en plaatst in het kokende vocht eenen ther-
mometer. Daarna brengt men in de vloeistof, bij theelepels vol,
potasch en wel zoo lang, totdat de oplossing verzadigd is. Men laat
daarbij de vlam onder de schaal staan en roert om, ten einde het
spatten te voorkomen.
De kooktemperatuur stijgt een weinig na elke toevoeging van
potasch en klimt eindelijk, wanneer de oplossing verzadigd is, tot
bijna 135°.
93"e Proef. Men herhaalt dezelfde proef met andere zouten'),
glauberzout, keukenzout, soda, chloorcalcium. Dit laatste is eene
witte stof, die in brokken voorkomt, die zeer hygroscopisch zijn.
Begint de vloeistof bij het koken hevig te stooten, dan neemt men
de vlam weg, laat de vloeistof een weinig afkoelen en brengt er
') Zouten noemt men vele stoffen, die eenigszins op het ge-none zout gelij-
ken. Waarin die gelijkenis bestaat, kan eerst later gezegd worden.