Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
Niet op alle thermometers zijn vriespunt en kookpunt door
0° (o graden) en ioo° (loo graden) aangegeven. Op sommige vindt
men het vriespunt op o°, het kookpunt op 80°, op nog andere het
vriespunt op 32° en het kookpunt op 212°. De eerste aanwijzing is
afkomstig van Celsius, de tweede van Réaumur, de derde van
Fahrenheit.
Smeltend ijs heeft dus eene temperatuur van
0° ( O graden) Celsius
0° ( O graden) Réaumur
32" (32 graden) Fahrenheit.
Water, dat onder gewone omstandigheden kookt, heeft eene tem-
peratuur van
100° (100 graden) Celsius
80° ( 80 graden) Réaumur
212° (212 graden) Fahrenheit.
Daar nu het water, om dezelfde temperatuursverandering te onder-
gaan, 100° Celsius, 80° Réaumur en 180° Fahrenheit rijzen of dalen
moet, zoo is
1° Celsius = Réaumur = Fahrenheit.
Voor huiselijk gebruik worden bij ons te lande meest de tem-
peratuurschalen van Réaumur of Fahrenheit gebruikt; in weten-
schappelijke werken altijd de schaal van Celsius. Met behulp van
het bovenstaande is het gemakkelijk de cijfers der eene schaal tot
die der andere te herleiden; d.w.z. te berekenen, hoeveel graden Cel-
sius of Réaumur eene stof zou aanwijzen, wier temperatuur in graden
van Fahrenheit bekend is, en omgekeerd.
In het vervolg worden met temperatuurgraden altijd graden Cel-
sius bedoeld.
ygste Proef. Men brengt in eene porseleinen schaal 100 gram
water, liefst zoo koud mogelijk, zet de schaal op metaalgaas in den
ring van den filtreerstandaard en plaatst er de spirituslamp onder.
Men houdt aanteekening van den tijd, die verloopt tusschen het be-
gin van de venvarming en het begin van het koken, (van het ko-
ken , en niet van het razen); dan gaat men zoo lang voort met ver-
hitten totdat al het water verkookt is, en de schaal droog is ge-
worden, en teekent ook den tijd aan, die noodig geweest is, om
met dezelfde vlam het water geheel te verkoken.
De tijd, dien men noodig heeft, om het kokend water geheel te
SPRVTI, Leiddraad. 2e druk. 3