Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
men het volgende. Nadat de vloeistof eenigen tijd verwarmd is ge-
worden , vormen zich op den bodem en aan de wanden van de kolf
kleine luchtbellen, die langzamerhand loslaten en naar de opper-
vlakte stijgen. (Dergelijke bellen ziet men ook, wanneer men water
of bier in een glas laat staan). Het is de lucht, die in het water is
opgelost en bij het staan of verwarmen in bellen
te voorschijn komt.
Spoedig na het opstijgen van deze kleine lucht-
bellen ziet men, dat er op den bodem van de
kolf grootere bellen ontstaan, die ook weldra in
de hoogte stijgen. Deze bellen bereiken echter de
oppervlakte niet, maar verdwijnen in de vloeistof;
daarbij hoort men duidelijk een geluid, dat men
het razen of zingen van het water noemt. Gaat
men altijd door met verwarmen, dan stijgen de
bellen al hooger en hooger in de vloeistof; einde-
lijk komen zij tot aan de oppervlakte. Dan is de
geheele vloeistof in borrelende beweging; het kwik
van den thermometer, dat tot op dit oogenblik
voortdurend gestegen is, blijft stilstaan. Vergroot
men de vlam, dan wordt het borrelen .sterker,
maar de stand van het kwik in den thermometer
verandert niet. Deze borrelende beweging noemt men het koken van
het water.
In kokend water blijft een thermometer voortdurend op dezelfde
hoogte staan, hoe groot of klein men de vlam ook maakt, waar-
mede 7nen het water aan de kook houdt. De plaats, waar het kwik
blijft staan, noemt men het kookpunt.
Bij het maken van eenen thermometer zet men bij het vriespnnt
het cijfer o, bij het kookpunt het cijfer loo en verdeelt de ruimte
tusschen beide in honderd gelijke deelen, waarbij men de cijfers i,
2,3, enz. plaatst. Een thermometer in smeltend ijs staat dus op nul,
of op nul graden; een thermometer in kokend water staat op hon-
derd of op honderd graden. Water van 50 graden temperatuur is
water, waarin het kwik van eenen thermometer juist op de helft
tusschen het vriespunt en het kookpunt blijft staan; water van 40
graden is water, waarin het kwik van eenen thermometer op de
hoogte van.het cijfer 40 blijft staan.
Fig. 13.