Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
75'*® Proeft.) Eene slappe varkensblaas wordt dichtgebonden en
op de warme kachel gelegd. De blaas wordt weldra gespannen; de
lucht daarin heeft zich uitgezet.
Bij de twee voorgaande proeven is duidelijk gebleken dat de
lucht zich bij verwarming veel sterker uitzet dan vaste of vloeibare
lichamen.
23. GEBRUIK VAN DEN THERMOMETER. VRIESPUNT.
■j(,ste Proef. In eene groote schaal mengt men gelijke deelen
sneeuw of fijngestooten ijs en water, en plaatst in het mengsel eenen
thermometer met eene duidelijk zichtbare kwikzuil. Het kwik in den
thermometer daalt eerst en blijft daarna op eene zekere hoogte staan.
Daarna verwarmt men de schaal door er eene flinke vlam onder te
plaatsen. De sneeuw smelt en wanneer men het mengsel dikwijls
omroert, blijft de thermometer op dezelfde hoogte staan, totdat de
sneeuw gesmolten is. Nadat al de sneeuw gesmolten is, begint het
kwik in den thermometer te stijgen en het water wordt warm.
Blijft het kwik in eenen thermometer, die in eene stof geplaatst
is, op dezelfde hoogte staan, dan zegt men, dat de warmtegraad
of tefuperatuur van die stof dezelfde blijft. Stijgt het kwik in den
thermometer, dan zegt men dat de temperatuur rijst; daalt het kwik
in den thermometer, dan zegt men, dat de temperatuur van de
stof daalt.
In eiken thermometer komt het kwik altijd weder op dezelfde
hoogte te staan, wanneer men hem in smeltende sneeuw plaatst. De
plaats, waar het kwik blijft staan, noemt men het vriespunt.
24. KOKEN.
■jyste Proef. Men vult eene kolf van eenen halven liter inhoud
voor twee derden met water, plaatst haar op metaalgaas in eenen
ring van den filtreer-standaard en verwarmt met de spirituslamp.
In de vloeistof plaatst men eenen thermometer met eene duidelijk
zichtbare kwikzuil.
Terwijl het kwik in den thermometer voortdurend stijgt, bemerkt
') Deze proef kan moeilijk anders dan des winters genomen worden.