Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
goed in de opening sluit, door dat men een fleschje neemt met ge-
slepen hals en daarin geslepen trechter, of anders het fleschje sluit
met eene goede kurk, waarin de trechter
past (zie fig. 11). Giet men nu den trechter
vol water, dan valt het water niet in het
fleschje. Eerst wanneer men den trechter
oplicht en daardoor aan de lucht eenen
uitweg baant, valt het water naar be-
neden.
Men onderscheidt dus drie soorten van
lichamen, vaste, vloeibare en gasvormige.
Wat met de twee eerste bij verwarming
geschiedt hebben wij gezien; hoe de gas-
vormige bij verwarming veranderen, blijkt
uit de volgende proef.
74''® Proef. Een droog glazen kolfje
wordt luchtdicht gesloten met eene doorboorde kurk, waarin eene
vrij lange glazen
buis (van 15 cM.
bijv.) luchtdicht is
bevestigd. Het uit-
einde van de buis
wordt gebracht in
een bekerglas, dat
menmetwatervult.
Daarna verwarmt
men de kolf, die
zich boven het wa-
ter bevindt, voor-
zichtig met eene
spirituslamp (zie
fig. 12). t'ig- 12.
Door het water in het bekerglas ontwijken voortdurend luchtbellen.
De lucht wordt door verwarming uitgezet. Verwijdert men de spiritus-
lamp en laat men de kolf afkoelen, dan stijgt het water in de glazen
buis en in de kolf op. Bij afkoeling trekt zich de lucht te zamen. Ver-
warmt men op nieuw, dan wordt het water weder uit de kolf en uit de
glazen buis gedreven. Bij afkoeling stijgt het weder in de hoogte.