Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
Marmer verliest bij sterke verwar7ning in geivicht; gebrand mar-
mer kan jvater opnemen.
40ste Proef. Het witte poeder, dat door de inwerking van water
uit gebrand marmer ontstaan is, wordt in een ruim bekerglas met
veel meer water aangeroerd.
Voegt men het water langzamerhand toe, dan ontstaat er eerst
een dikke brij en daarna eene melkachtige vloeistof. Brengt men deze
vloeistof in eene gesloten flesch en laat men de flesch rustig staan,
dan zet zich een wit poeder op den bodem af, en de vloeistof boven
dat poeder vertoont zich volkomen helder. Deze vloeistof smaakt
eenigszins loogachtig (zie bij 8, blz. 8).
Gebrand marmer is eenigszins in water oplosbaar.
^jste Proef. Men laat een deel van de heldere oplossing van ge-
brand marmer in een bekerglas aan de lucht blootgesteld staan.
De vloeistof overdekt zich weldra met een dun wit huidje, dat uit
eene vereeniging van vele, zeer kleine kristallen bestaat. Dit huidje
wordt allengs dikker en zakt eindelijk op den bodem van het glas.
Men laat het glas eenen geruimen tijd staah (verscheidene dagen) en
zorgt, dat de vloeistof nu en dan wordt omgeroerd. Wanneer de
proef eindelijk is afgeloopen, staat er boven het bezinksel weder
eene heldere vloeistof, maar zij smaakt niet meer loogachtig en wordt
bij het verder staan ook niet meer met een huidje bedekt.
Laat 7nen eene oplossing van gebrand martner iti aanrakitig met
de lucht staan, dan zet zich uit de oplossing een wit poeder af,
en na verloop va7i eenigen tijd is het gebra7id 7nar7ner niet meer
in de vloeistof opgelost.
Zou het "witte poeder, dat zich bij de 41®'® Proef heeft afgezet,
gebrand marmer zijn, of niet?
42®'" Proef In een ander gedeelte van de heldere oplossing van gebrand
marmer blaast men door een dun glazen buisje uitgeademde lucht.
De o])lossing begint reeds na eenige seconden troebel te worden
en wordt bij voortdurend blazen melkwit. Laat men dan de vloeistof
rustig staan, dan bezinkt er een wit poeder op den bodem. Heeft
men lang genoeg lucht ingeblazen, dan smaakt de vloeistof niet meer
loogachtig, en bedekt zij zich in aanraking met lucht niet meer met
een huidje. Komt er nog een huidje op, dan heeft men de proef nog
niet lang genoeg voortgezet. Men blaast dan nog eens lucht door de
vloeistof en laat weer bezinken.