Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
190
waardoor men de zuivere buitenlucht, die kouder is dan de lucht
in de kamer, wil laten binnenstroomen, onder of boven in de
kamer ? En waar zal men de opening moeten aanbrengen, waardoor
zich de warme lucht uit het vertrek, die door de ademhaling be-
dorven is, het gemakkelijkst kan verwijderen? Op welke wijze kan
de ongelijke verwarming van verschillende gedeelten der aardopper-
vlakte aanleiding geven tot het ontstaan der winden, die van de
polen naar den evenaar waaien ? Hoe zal men de hoeveelheid water-
damp bepalen, die een cubieke meter dampkringslucht bevat?
Wanneer is die hoeveelheid waterdamp grooter, in den zomer of in
den winter? Waaraan ligt het, dat de lucht ons in den zomer
droger toeschijnt dan in den winter? Wat gebeurt er, als men
warme lucht, die rijk is aan waterdamp, afkoelt? Noem eens alge-
meen bekende voorbeelden van zoodanige afkoeling. Hoe ontstaat
de nevel, dien men op zomeravonden boven de slooten ziet hangen?
Hoe vormen zich mist en wolken? Hoe ontstaan regen en sneeuw?
Wat is dauw en rijp? Waarom vonnt zich de dauw nooit anders
dan in heldere nachten bij geringe windsterkte?