Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
185
lucht, die boven het water stond, neemt hare plaats in. Na zons-
ondergang daarentegen wordt de grond veel sneller afgekoeld dan
de zee, en de koudere landlucht stroomt naar zee.
In de warme gedeelten der aarde, die in de nabijheid van den
evenaar gelegen zijn, stijgt de sterk verwarmde lucht in de hoogte.
Hare plaats wordt ingenomen door minder verwarmde lucht, die uit
de gematigde luchtstreek komt, en die op hare beurt weder door lucht
uit de poolstreken wordt vervangen. De warme lucht, die aan den
evenaar is opgestegen, begeeft zich, in de hoogere luchtlagen aan-
gekomen, naar de polen, en neemt daar de plaats in van de lucht,
die zich naar warmer streken bewogen heeft. Stond de aarde stil,
dan zou er in de lagere luchtstreken altijd een wind van de polen
naar den evenaar, in de hoogere luchtstreken daarentegen altijd een
wind van den evenaar naar de polen gaan. De draaiing der aarde
om hare as maakt echter, dat geen der beide luchtstroomingen
haren weg volgens eene rechte lijn kan afleggen, terwijl nog andere
werkingen de richting van de winden zoo veranderlijk doen zijn
als in onze streken het geval is.
77. DE WATERDAMP IN DE LUCHT.
Bij verschillende vroegere proeven is ons gebleken dat de lucht
altijd waterdamp bevat. Hygroscopische stoffen nemen te allen tijde
vochtigheid uit de lucht op. Van de oppervlakte van alle wateren
en vochtige voorwerpen stijgt onophoudelijk waterdamp in de lucht
omhoog. Die waterdamp is onzichtbaar; wordt hij afgekoeld, dan
gaat hij in fijne droppels of blaasjes over, die zich, van nabij be-
zien, als wasem vertoonen (zie blz. 34 en 35).
Op blz. 50 hebben wij verder gezien, dat de verdamping des te
sneller geschiedt, naarmate de oppervlakte van de verdampende
vloeistof grooter is en de lucht boven de vloeistof in sterkere bewe-
ging verkeert. De snelheid der verdamping hangt echter nog meer
af van de temperatuur der vloeistof
293"« Proef. Men weegt twee gelijke schaaltjes, die ongeveer ge-
lijke hoeveelheden water bevatten, en houdt aanteekening van hun