Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
181
spanning grooter of kleiner zijn dan 1.293 gram? En het gewicht
van eenen liter lucht van 0° en 78 centimeter spanning? Kan de
leerling ook het gewicht van de lucht in het schoolvertrek bereke-
nen , als hij de lengte, breedte en hoogte van het vertrek, in meters
uitgedrukt, kent, de temperatuur der lucht 0° is, en de barometer
op 76 centimeter staat?
Door den ballon bij de Proef met waterstof in de plaats
van lucht te vullen, kan men het gewicht van eenen liter waterstof
bepalen. Op dezelfde wijze kan men het gewicht van eenen liter van
andere gassen vinden. Alle gassen worden evenals de lucht samenge-
perst, wanneer de drukking vermeerdert, en zetten zich uit bij ver-
hooging der temperatuur. Men moet dus bij al die gassen de tempe-
ratuur en tle drukking opgeven, bij welke men hen gewogen heeft.
De proeven geven voor het gewicht van eenen liter der volgende
gassen, allen bij 0° en 76 centimeter drukking:
Waterstof 0.0895 gram.
Stikstof 1-255 „
Zuurstof 1.430 „
Chloor 3.168 „
Koolzuur 1.977 „
Zoutzuurgas 1.629 »
Ammonia 0.763 „
De soortelijke gewichten van al deze gassen bij 0° en 76 centimeter
drukking kunnen uit de bovenstaande cijfers gemakkelijk berekend
worden. Men ziet dat al die soortelijke gewichten zeer klein zijn
in vergelijking van de soortelijke gewichten van vaste lichamen en
vloeistoffen (zie blz. 137 en 138). Bij verhooging der temperatuur
daalt bij elk gas het soortelijk gewicht; bij vermeerdering der druk-
king stijgt het.
Gassen, wier soortelijk gewicht kleiner is dan dat der lucht,
stijgen in den dampkring omhoog, evenals eene kurk, die men on-
der water gebracht heeft, dadelijk naar boven komt, wanneer men
haar loslaat. Bij onze vroegere proeven (zie hierboven blz. 73 en 103)
is ons dan ook reeds gebleken, dat ammoniakgas en vooral water-
stof in de lucht snel omhoog stijgen. Van de waterstof zagen wij
daarenboven, dat zij in staat is bij haar opstijgen in den dampkring
lichte voorwerpen mede te voeren. Vult men zeepbellen met water-
stof, dan neemt deze het omhulsel, waarin zij besloten is, met zich