Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
75. SOORTELIJK GEWICHT VAN DAMPKRINGS-
LUCHT EN ANDERE GASSEN.
Als men de kraan der luchtpomp op zoodanige wijze stelt, dat
de lucht in de pompbuis niet met de buitenlucht in gemeenschap
is, en daarna de drukking op den zuiger vermeerdert, wordt de
lucht in de pompbuis, blijkens de 280«'« Proef, samengedrukt. Even-
zoo drukt het gewicht der hoogere luchtlagen de lucht te zamen,
die zich aan de aardoppervlakte bevindt. Dat deze lucht inderdaad
in eenen samengedrukten toestand verkeert, zagen wij ook bij de
28i8te Proef. Verheft men zich in den dampkring, dan komt men
natuurlijk in luchtlagen, die al minder en minder samengedrukt zijn,
omdat de dikte van de luchtlaag, die boven deze lagen staat, gerin-
ger is. De barometer staat dan ook op de bergen minder hoog dan
in de lage landen.
Stellen wij ons nu voor, dat wij eenen liter van de lucht, die
zich aan de ojjpervlakte der aarde bevindt, opsluiten in eene elastieke
blaas, vervaardigd van eene stof, welke voor lucht geheel ondoor-
dringbaar is. De lucht in de blaas heeft eene spanning, die gelijk is
aan de drukking van den dampkring op de plaats, waar zich de
blaas bevindt. Wat zal er nu gebeuren, als wij met die blaas op-
stijgen naar de hoogere luchtlagen, waar de drukking van den damp-
kring kleiner is? Natuurlijk zal de blaas zwellen, want de drukking
op den binnenwand kan nu niet langer evenwicht maken met de
verminderde drukking op den buitenwand. De lucht in de blaas zet
zich dus zoolang uit, totdat de geringere spanning, die zij bij ver-
meerdering van haar volumen aanneemt (zie blz. 171), met de ver-
minderde dampkringsdrukking evenwicht maakt. Stond bijv. de baro-
meter op de plaats, waarvan wij uitgaan, ter hoogte van 76 centi-
meter , dan zou het volumen der blaas verdubbeld zijn op het oogen-
blik, dat zij in de luchtlaag aankomt, waar de dampkringsdrukking
slechts 38 centimeter bedraagt. Dezelfde hoeveelheid lucht, die bij
12*