Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
177
die de doorsnede van het schijfje tot grondvlak en den vertikalen
afstand van h en i tot hoogte heeft. Is die afstand grooter dan de
vertikale afstand tusschen h en d, dan is de drukking in h naar
rechts ook grooter dan de drukking naar links; de vloeistof is niet
in evenwicht, maar beweegt zich naar de richting, waarheen zij met
grooter kracht gedreven wordt.
Het vullen van den hevel kan ook geschieden door a in het vat
A te plaatsen en aan de opening i te zuigen. Daardoor verdunt men
de lucht in a, b en c) het water stijgt in den
eenen arm naar boven om in den anderen te da-
len. Daar de vloeistof daarbij gemakkelijk in den
mond kan komen, gebruikt men deze wijze van
vullen liever niet bij vergiftige of onaangename
vloeistoffen maar bedient men zich dan liever van
den in fig. 46 afgebeelden hevel. Dompelt men g in
de over te hevelen vloeistof, sluit de opening d met
eene kurk of den vinger en zuigt men vervolgens
aan de opening e, dan komt de vloeistof weldra
door a ^Yi b tot in den bol c. Verwijderd men
dan den vinger of de kurk van d, dan begint de


/
d
Fig. 46.
hevel te werken.
VRAGEN TER HERHALING.
Hoe zal men laten zien dat de lucht gewicht heeft? Hoe kan
men het gewicht van eenen liter lucht ten naaste bij bepalen? Wat
ziet men gebeuren, als men eene elastieke, met lucht gevulde, blaas
onder den ontvanger der luchtpomp brengt en daarna de lucht uit
den ontvanger wegpompt? En wat gebeurt er, als men daarna de
lucht weder laat binnenkomen? Hoe zal men aantoonen, dat de
dampkring eene drukking uitoefent op de voorwerpen aan de aard-
oppervlakte? Is die dampkringsdrukking in de buitenlucht grooter
dan in een besloten vertrek? Werkt zij alleen in de richting van
boven naar beneden, of ook in andere richtingen? Is er in dit op-
zicht ook overeenstemming tusschen de drukking van den dampkring
en de drukking van eene vloeistof? Hoe groot is de drukking van
den dampkring per vierkanten centimeter? Zoudt gij ook het gewicht
SPRUTT, Leiddraad. 2e druk. 12