Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
173
de luchtpomp een ruimte nooit volkomen luchtledig maken. Om de
lucht in den ontvanger tot te verdunnen, moet men reeds
eene luchtpom]j hebben, die veel nauwkeuriger bewerkt is dan het
eenvoudige werktuig, dat wij beschreven hebben.
Nu wij de werking van de luchtpomp nauwkeuriger hebben nage-
gaan , kunnen wij de sterke drukking van den dampkring zeer duide-
lijk laten zien.
288'"o Proef. Men brengt op de plaat van de luchtpomp in plaats
van den ontvanger eenen hollen glazen cylinder. De onderzijde van
den cylinder wordt luchtdicht op de plaat bevestigd door om de
randen vet te smeren; de bovenzijde, die eenen omgebogen rand
heeft, wordt met eene blaas gesloten, die men goed spant en met
eene koord stevig vastbindt. Pompt men nu de lucht onder de blaas
weg, dan bemerkt men de drukking van de lucht, die er boven
staat, zeer duidelijk. Want de blaas wordt naar binnen gespannen,
en kromt zich des te sterker, naarmate men meer lucht heeft weg-
gepomi)t. Laat men, door de stop S af te nemen, de lucht weder
onder de blaas komen, dan herneemt deze dadelijk hare oorspron-
kelijke, horizontale stelling. Dus is de drukking der lucht onder de
blaas sterk genoeg om evenwicht te maken met de drukking van den
dampkring. Plaatst men nu de stop S weder in de opening, dan is
de lucht onder de blaas niet meer in gemeenschap met de buiten-
lucht ; de vorm van de blaas verandert niet. Bijgevolg is de drukking
der lucht in de besloten ruimte nog steeds even groot als zij was,
toen die ruimte door een open kanaal met de buitenlucht in gemeen-
schap stond. Pompt men vervolgens de lucht weder onder de blaas
weg, dan ziet men de blaas zich opnieuw naar binnen krommen, en
bij voortgezet pomjien met eenen knal barsten.
74. ZUIGPOMP. ZUIG- EN PERSPOMP. HEVEL.
De eigenschappen der lucht, die wij behandeld hebben, kunnen
ons dienen ter verklaring van vele algemeen bekende werktuigen,
bijv. van de zuigpomp, de zuig- en perspomp, den hevel.