Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
171
kwikkolom CD eene hoogte te bereiken van 50^/3 cM., als AC 60
cM. bedraagt. Bij driemalige vergrooting van het volumen is de span-
ning 76—•50^/5 = 25',3 geworden, dus drie maal kleiner.
Ware de buis A langer of de hoeveelheid der daarin opgesloten
lucht kleiner, dan zou men de proef verder kunnen voortzetten, en
bevinden dat:
A/s men de uitwendige drukking op ee7ie luchtmassa eenige
malen kleiner maakt, dan wordt haar volumen evenveel malen
grooter.
De twee bovenstaande stellingen zijn in de natuurkunde bekend
als de wet va?i Boyle. ')
Daar de inwendige drukking of spanning eener luchtmassa, die
onder de werking van eene uitwendige drukking in evenwicht is,
altijd gelijk is aan die uitwendige drukking, kan men de wet van
Boyle ook op de volgende wijze uitdrukken.
Wordt het volumen vati eene luchtmassa eenige malen grooter
gemaakt, dan wordt hare spannifig evenveel malen kleiner; wordt
haar volumen eenige malen kleiner, dan wordt hare spanning
evenveel analen grooter.
Wij kunnen er nu toe overgaan het gebruik van de luchtpomp
te beschrijven en hare werking te verklaren (zie Fig. 36, 37, 38).
Wanneer men door middel van de luchtpomp den ontvanger lucht-
ledig wil maken, begint men met den ontvanger luchtdicht op de
plaat B. te bevestigen door langs zijne randen vet te smeren. Dan
brengt men den zuiger tot onder in de pompbuis en stelt vervolgens
de kraan op de wijze, die in Fig. 37 is afgebeeld, zoodat de lucht
in de jjompbuis in gemeenschap is met de lucht in den ontvanger.
Daarna trekt men den zuiger in de pompbuis naar boven. De lucht,
die in den ontvanger is, vult de ledige ruimte, die de zuiger bij
') Bij zeer nauwkeui'ige metingen ontdekt men, dat er kleine afwijkingen
van de wet van Hovle bestaan. Zoo wordt bijv., als men de uitwendige druk-
king op eene luchtmassa van het bedrag der dampkringsdrukking tot het
dubbele daarvan doet stijgen , de luchtmassa niet juist tot de helft van haar
volumen samengedrukt, maar tot iets minder dan de helft. Doch de afwijkingen
zijn zeer klein. Bij de 286»te cn 287ste proef zijn kruisjes geplaatst (over wier
beteekenis hierboven blz. j). omdat zij alleen met eene nog al aanzienlijke
hoeveelheid kwik kunnen genomen worden.