Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
170
*287"= Proef.
grooter maakt, dan wordt haar volmnen evenveel malen kleiner.
Vermindert de uitwendige drukking, zooals bij de aSs'*® Proet
het geval was, dan zet zich de lucht uit. Ook bij de 281"'® Proef
was dit duidelijk te bemerken. Nauwkeuriger proeven hebben doen
zien, dat het volumen van eene bepaalde hoeveelheid lucht twee
maal grooter wordt, a!s men de uitwendige drukking twee maal klei-
ner maakt; drie maal grooter, als men de drukking drie maal kleiner
maakt, enz.
Men vult eene barometerbuis A, waarop eene schaal
is aangebracht, voor een groot deel, bijv.
','4 of \ met kwik, sluit de opening met
den vinger en plaatst haar in een bakje B,
dat op een ijzeren met kwik gevulde buis
M bevestigd is (zie fig. 41). Nu drukt men
A zoover naar beneden, dat de kwikspiegels
in A en in het bakje B even hoog staan,
en leest af, hoe groot het volumen der lucht
is. Laat het bijv. in de buis eene lengte van
20 cM. innemen. Deze lucht heeft eene
spanning gelijk aan den barometerstand, stel
76 cM. Vervolgens trekt men A gedeeltelijk
■D uit het bakje. Het volumen der lucht ver-
meerdert aanhoudend en is weldra verdub-
beld ; het neemt de barometerbuis over eene
lengte van 40 cM. in. Tegelijk is ook de
kwikspiegel in de buis A gerezen; het kwik
staat in A thans 38 cM. hooger dan in B,
zooals wij bemerken door den afstand CD
(zie de figuur) te meten. Nu is de druk op
de oppervlakte van het kwik in D 76 cM.;
derhalve is de spanning der lucht boven C,
vermeerderd met de drukking eener kwik-
zuil van 38 cM., gelijk aan een druk van 76
cM. kwik, en de spanning der lucht boven C
gelijk aan eene drukking van 38 cM. kwik.
De spanning der opgesloten lucht is dus twee maal kleiner geworden,
toen haar volumen twee maal grooter werd.
Haalt men de buis A nog verder uit het bakje, dan blijkt de
Fig. 41.