Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
mssm
166
buis staat 76 centimeter hooger dan de kwikspiegel in de schaal.
Onderzoeken wij nu, hoe groot de drukking is op de kwiklaag in
de buis, die met den kwikspiegel in de schaal in hetzelfde horizon-
tale vlak ligt. Boven de bedoelde laag staat eene kwikzuil van 76
centimeter hoogte. Op eiken vierkanten centimeter van die laag drukt
dus eene kwikzuil, die een grondvlak van eenen vierkanten centi-
meter en eene hoogte van 76 centimeter heeft. Daar nu het kwik in
evenwicht is, moet de lucht, die boven den kwikspiegel in de schaal
staat, op eiken vierkanten centimeter van dien kwikspiegel eene even
groote drukking uitoefenen als eene kwikzuil van 76 centimeter
hoogte doen zou.
De drukking, door den dampkring op een oppervlak van eenen
vierkanten centimeter uitgeoefend, is ongeveer even groot als het
gewicht van eene kwikzuil, die eenen vierkanten centimeter grond-
vlak en 76 centimeter hoogte heeft. Daar verder de drukking der
lucht op iederen vierkanten centimeter van de oppervlakte i'an
eenig voorwerp even groot is, moet de geheele drukking der lucht
op de oppervlakte gelijk zijn aan het gewicht van eene kwikko-
lom , welke die oppervlakte tot grondvlak heeft en 76 centimeter
hoog is.
Door middel van de bovenstaande stelling kan men gemakkelijk
berekenen, hoeveel kilogram de drukking van den dampkring
bedraagt per vierkanten centimeter, per vierkanten decimeter, enz.
De 284®'® Proef is bij de natuurkundigen bekend als de proef van
Torricelli, naar den Italiaanschen natuurkundige, die haar voor het
eerst heeft: genomen. Om zich nog beter te overtuigen, dat het wer-
kelijk de drukking der lucht is, die het kwik in de buis houdt op-
geheven, heeft men de proef menigmaal herhaald met andere vochten,
bijv. met water. Hoe hoog zou het water wel blijven staan in eene
luchtledige buis ? Om deze vraag te beantwoorden, behoeft men zich
slechts te herinneren, dat deze waterkolom een even groot gewicht
moet hebben als de kwikkolom, die in eene buis van gelijke wijdte
evenwicht maakt met de drukking van den dampkring.
Daarenboven heeft men de proef van Torricelli herhaald op ver-
schillende hoogten in het gebergte. Wanneer toch het gewicht der
lucht, die boven de open schaal staat, de kwikkolom in de buis
houdt opgeheven, dan moest in het gebergte, waar de dampkring
boven het kwik zooveel minder hoogte heeft, het kwik in de lucht-