Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
163
ontvanger als van de buitenlucht. Nu drukt men den zuiger met de
hand zoo ver mogelijk in de pompbuis. De lucht biedt grooten
weerstand, maar wordt aanmerkelijk samengedrukt. Laat men den
zuiger los, dan keert hij tot zijnen oorspronkelijken stand terug.
Terwijl vloeistoffen zeer weinig samendrukbaar zijn, kati de
lucht daarentegen zeer sterk worden samengedrukt.
Nemen wij nu eene elastieke blaas, die met lucht gevuld en ste-
vig toegebonden is. Wanneer de dampkringslucht eene drukking uit-
oefent, zooals door het voorgaande zeer waarschijnlijk is, dan is de
lucht in de blaas reeds samengedrukt, evenals bij de vorige proef
de lucht in de pompbuis. Wat zal er dus wel gebeuren, als men de
lucht om de elastieke blaas wegneemt?
28i8te Proef Men brengt de elastieke blaas onder den ontvanger
op de plaat der luchtpomp en maakt den ontvanger luchtledig. De
blaas zwelt aanmerkelijk; de lucht in de blaas zet zich uit, evenals
de samengeilrukte lucht in de pompbuis, als men bij de vorige
proef den zuiger loslaat. Laat men vervolgens, door den stop S af
te nemen, de lucht weder in den ontvanger binnenkomen, dan wordt
de lucht in de blaas samengedrukt en de blaas neemt hare vorige
grootte weder aan.
De lucht in de blaas verschilt in geen enkel opzicht van de ge-
wone dampkringslucht. Dus kunnen wij uit de vorige proef het vol-
gende besluiten.
De dampkringslucht, die ons otnringt, is aan eene vrij sterke
drukking onderworpen. Bretigt men namelijk een gedeelte van
deze lucht, dat men in eene blaas opgesloten heeft, in eene ruimte,
waaruit men de lucht verwijdert, dan zet de lucht in de blaas zich
aarimerkelijk uit.
Daar onze blaas volstrekt niet inkrimpt, als zij in de open lucht
gebracht wordt, is de drukking van den dampkring in de open lucht
niet grooter dan in een besloten vertrek. Daar wij het volumen van
de blaas evenmin zien veranderen, als wij haar in eene flesch bren-
gen, die wij luchtdicht sluiten, moet de drukking in eene dergelijke
gesloten ruimte ook al even groot zijn als de drukking in de open
lucht. Wij konden de drukking der lucht onder den ontvanger alleen
verminderen, als de ontvanger niet met de buitenlucht in gemeen-
schap was. Werd de stop S afgenomen en daardoor aan de buiten-
lucht vrije toegang tot den ontvanger verleend, dan stroomde de
II*