Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
158
VRAGEN TER HERHALING.
Hoe zal men aantoonen, dat eene vloeistof drukt op den bodem
van het vat, waarin zij besloten is? Hoe zal men laten zien, dat zij
eene drukking uitoefent tegen de zijwanden van het vat? Hoe zal
men duidelijk maken, dat zij een ondergedompeld lichaam naar boven
drukt? Is de opwaartsche drukking, waarmede het geheele lichaam
naar boven gedrukt wordt, in de bovenste lagen der vloeistof even
groot als in de onderste? Wat wordt sterker opwaarts gedrukt, een
glazen plaatje, dat in kwik, of hetzelfde glazen plaatje, dat inwater
is gedompeld ? Is de drukking op den zijwand op verschillende diep-
ten even groot? Hoe groot is de drukking op den bodem van eene
flesch, die met eene laag kwik van eenen centimeter hoogte gevuld
is, als de bodem der flesch horizontaal en eenen vierkanten decimeter
groot is? Hoe stelt zich eene vloeistof in communiceerende buizen?
In de U-vormige buis van Fig. 31 is kwik gegoten en daarboven in
het been A eene laag zwavelzuur van 13.6 centimeter hoogte; hoe-
veel zal het kwik in het been B hooger staan dan het kwik in het
been A? Als een cylinderglas eene laag kwik van 10 cM. hoogteen
daarboven eene laag zwavelzuur van 20 cM hoogte bevat, hoe groot is
dan de drukking op den bodem van het glas per vierkanten centi-
meter? Laat de caoutchouc-buis bij de 263®'® Proef met kwik gevuld
zijn, en boven het kwik in de eene glazen buis eene laag water ge-
goten zijn van 18.2 centimeter hoogte; hoe hoog staat dan de kwik-
spiegel in de andere glazen buis boven den kwikspiegel in de eerste,
en hoe hoog zal de laag zwavelzuur moeten zijn, die, in de tweede
buis gegoten, de kwikspiegels in beide buizen op gelijke hoogte doet
komen? Wat noemt men het soortelijk gewicht van een lichaam?
Hoe zal men het soortelijk gewicht bepalen van zink en van glyce-
rine? Zal het soortelijk gewicht van eene zelfde stof bij verschillende
temperaturen even groot zijn? Wanneer is het grooter, bij hooge of
bij lage tempera,tuur ? Hoe groot is het gedeelte van een drijvend
stuk ijs, dat boven den waterspiegel uitkomt; hoe groot is het andere
gedeelte ? Men heeft een mengsel gemaakt van alcohol en water, waar-
van het soortelijk gewicht 0.92 is; welke van de lichamen, wier soor-
telijk gewicht op blz. 137 en 138 is opgegeven, zullen daarin zinken,
welke zullen er op drijven ? Welk deel van een drijvend stuk populier-