Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
153
Fig. 33.
(zie fig. 32) en brengt de balans in evenwicht door aan den andere
zijde gewichten op de schaal te leggen. Daarna laat men de peer A
geheel in water onderdompelen. Dan is het even-
wicht verbroken, want de peer wordt nu door het
verplaatste water naar boven gedrukt. Om het te
herstellen moeten wij zeker gewicht uit de schaal
verwijderen. Laat dit 25 gram bedragen, dan weegt
blijkbaar het door de peer verplaatste water 25
gram.
Herhalen wij nu, na de peer afgeveegd te heb-
ben, dezelfde proef met eene verzadigde oplossing
van keukenzout, dan blijkt het dat er 30 gram
weggenomen moeten worden om het evenwicht te
herstellen. Derhalve weegt de door de peer ver-
plaatste zoutoplossing 30 gram en bedraagt het s. g.
der zoutoplossing 30 : 25 = 1.2 ').
Lichamen, wier soortelijk gewicht grooter is dan de eenheid, zin-
ken in water. Om ze te laten drijven, kan men ze vastmaken aan
stoffen, die lichter zijn dan water. ,
275»'« Proef Men bevestigt een stuk lood aan eene kleine blaas
en brengt de blaas met het lood in een glas met water. Het lood
zinkt niet naar den bodem, maar blijft met de blaas aan de opper-
vlakte drijven.
276»'® Proef Men werpt een stuk glas en eene porseleinscherf in
een glas met water. Beide voorwerpen zinken, want glas en porselein
zijn soortelijk zwaarder dan water. Daarna plaatst men een porseleinen
schaaltje en een glazen buisje, dat met eene kurk gesloten is, op
het water. De beide voorwerpen drijven. Evenzoo een ijzeren schaal-
tje, dat men op water plaatst, en een glazen reageerbuisje, waarin
men eenige kiezelsteentjes gedaan heeft. Bij dit buisje laat men zien,
hoe elke vermeerdering van het gewicht het ondergedompeld lichaam
dieper doet zinken.
Bij deze proeven wordt een groot volumen water verj^laatst door
') De underwijzer zal wel doen door vele bepalingen van soortelijke gewichten
en Volumens, zoowel volgens het beginsel van deze als van de 269ate proef
aan de leerlingen te doen zien en hen de daarbij noodige berekening te laten
maken. Vele vaste lichamen en vloeistoffen kunnen daarbij dienst doen.