Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
152
ste water grooter is dan het gewicht van het ondergedompeld lichaam,
zullen dergelijke lichamen aan de oppervlakte komen drijven.
Zullen zij geheel boven de oppervlakte worden opgelicht, of wel
gedeeltelijk ondergedompeld blijven?
2 72'*e Proef. Om dit te onderzoeken brengt men in water eene
groote kurk, een stuk hout, een stuk vet (van eene vetkaars bijv.).
De kurk wordt voor een groot deel uit het water opgeheven; van
het hout blijft meer dan de helft onder water; van het vet komt
slechts een zeer kléin gedeelte bovan den waterspiegel.
Men bedenke, dat het drijvend voorwerp in evenwicht is onder
den invloed van twee tegengestelde werkingen, die het in beweging
trachten te brengen. Vooreerst wordt het door zijn eigen gewicht
naar beneden gedreven; ten tweede wordt het naar boven gedreven
met eene drukking, die even groot is als het gewicht van het ver-
plaatste water. Nu kan het lichaam alleen dan in evenwicht zijn,
als deze twee drukkingen gelijk zijn; het gewicht van het lichaam,
de drukking naar beneden, blijjj: altijd even groot; het gewicht
van het verplaatste water, de drukking naar boven, wordt grooter
of kleiner, naarmate het licfcaam voor een grooter of kleiner gedeelte
ondergedompeld is.
Kan de leerling, met het oog op deze redeneering, berekenen,
welk gedeelte zal ondergedompeld blijven a van drijvende stukken
kurk, i van hout, c van vet, wanneer de soortelijke gewichten
zijn: van kurk 0.25, van de gebruikte houtsoort 0.6, van het
vet 0.95?
273"® Proef. Men vraagt den leerling of marmer en ijzer in kwik
zullen drijven, en onderzoekt het daarna met de proef. Men bere-
kent, hoe groot het deél is van een marmeren en van een ijzeren
voorwerp, dat zich onder den kwikspiegel zal bevinden.
Dat zoutoplossingen een hooger soortelijk gewicht hebben dan zui-
ver water, is ons reeds vroeger gebleken (zie bl. 2 en 20—22). Ook
zonder proef zou men zulks bijna met zekerheid kunnen verwachten,
omdat het soortelijk gewicht der zouten zooveel hooger is dan dat
van water. Wij hebben nu een middel leeren kennen om het soor-
telijk gewicht dier zoutoplossingen nauwkeurig te bepalen. Hoe zal
men die bepaling doen?
274ste Proef Men bevestigt een peervormig glas A (zie fig. 33)
door middel van een dunnen draad aan den eenen arm der balans