Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
steentjes, uit een mengsel van ])ottebakkersklei en zand andere voor-
werj^en (een bord, eene kom). Nadat deze voorwerpen voorzichtig
gedroogd zijn, brengt men ze tusschen houtskolen in den gloeioven
en maakt ze sterk gloeiend.
De gegloeide voorwerpen zijn hard en geven eenen helderen klank,
als men er op slaat. De kleur van de leem is veranderd. De voor-
werpen zijn poreus, dat is, zij zuigen water op, als men ze daarin
plaatst. Zij zijn onoplosbaar in water.
Gebrande klei is hard, onoplosbaar en poreus.
7. KI,KI EN ZAND.
ifiiie Proef. Men mengt ongeveer gelijke deelen klei en schuurzand
in eenen mortier met water en giet het mengsel in een hoog cylinder-
glas. Daarna roert men het met nog meer water goed om en laat
het rustig staan. Na verloop van eenige minuten heeft zich een be-
zinksel van zand o]) den bodem afgezet. Men giet nu het boven-
drijvende troebele vocht over in een groot bekerglas, roert het be-
zinksel nog eens goed met water om en laat het weer een paar
minuten staan. Daarna giet men het troebele vocht bij het andere
in het bekerglas, roert het zand nog eens met water aan, enz. Door
deze bewerkingen eenige malen te herhalen, verkrijgt men eindelijk
het zand in zuiveren toestand in het cylinderglas, terwijl zich uit
de vloeistof in het bekerglas na verloop van eenigen tijd vrij zuivere
klei afzet.
Uit een mengsel van zand en klei bezinkt eerst het zand, daarna
de klei.
Door te werk te gaan oj) de wijze, die in de jiroef is beschreven,
kan men zand en klei van elkander scheiden. Zoodanige behandeling
van een mengsel noemt men slibben.
Onze rivieren voeren zanil en klei met hun stroomend water mede.
Na aanhoudenden regen is het water der' rivieren gewoonlijk troebel.
• Bij voortdurende droogte is het veel helderder. Van waar dit verschil?
Wanneer de grond na eene overstrooming weer droog wordt, is hij
met slib bedekt. (Nijlslib). Van waar komt dit zand en die klei in
onze rivieren? Wat zal zich het eerst afzetten?