Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
147
moeite op alle plaatsen de ligging eener horizontale lijn kan bepalen
(zie fig. 30), de kunstmatige fonteinen en de Artesische bronnen
behooren tot die toepassingen.
265"" Proef In eene flesch brengt men kwik, water en olie, en
schudt haar. De vloeistoffen vermengen zich niet blijvend, maar
scheiden zich langzamerhand van elkander af, als men de flesch rus-
tig laat staan. Op den bodem bezinkt het zware kwik; de lichte
olie drijft boven.
A/s 7nen vloeistoffeti, die zich niei met elkander kunnen men-
ge7i, 7net elkander schudt en daar/ia aan zich zeiven overlaat, da7i
plaatse7i zij zich de ee7ie boveti de andere, in dezelfde volgorde
als hare soortelijke gewichten. De scheidingsvlakten zijn horizon-
tale vlakken ').
266®*® Proef Men brengt in eene niet te kleine U-vormige buis
(zie fig. 31) zooveel kwik, dat het de krom-
ming der buis geheel aanvult en ter hoogte
van een paar cM. in de beenen staat. Natuurlijk
plaatsen zich de twee kwikspiegels op dezelfde
hoogte. Vervolgens giet men in het eene been
bij A water op het kwik, totdat dit been groo-
tendeels met water gevuld is. Men ziet dan het
kwik in dat been dalen en in het andere rijzen.
Daarop meet men zoo nauwkeurig mogelijk de
hoogte der waterkolom ce in het eene been
en vergelijkt die met de hoogte c d, waartoe
de kwikkolom in het andere been zich verheft
boven het punt c ', dat met c in het hetzelfde
^"ig- 31- horizontale vlak ligt. Men bevindt dat ce ruim
13 maal hooger is dan c'd.
jöyste Proef Men herhaalt de 263»*« Proef met deze wijziging,
dat men de caoutchouc-buis en het onderste gedeelte der communi-
ceerende glazen buizen met kwik vult en daarna in de langste der
twee buizen eene laag water giet.
Het kwik stijgt in de buis, waarin men geen water gegoten heeft,
boven de hoogte van het kwik in de andere buis. Meet men dit
') Bij nauwkeurig toezien bemerkt men dat de scheidingsvlakten aan den
glaswand een weinig hellen. Vooral bij het kwik is die helling merkbaar.
10*