Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
146
De oppervlakten eener vloeistof in buizen, die met elkander in
gemeenschap staan (communiceerende vaten of buizen) liggen in het-
zelfde horizontale vlak.
264»'® Proef. Men neemt eene gebogen glazen buis, wier beenen
ongelijke lengte hebben. Het korte been wordt
1 Vy' in B (zie fig. 29) met eene doorboorde kurk
IjA gesloten, het lange open gelaten. Men houdt
nu de opening D der doorboorde kurk met
den vinger dicht en giet het lange been, dat
men verticaal houdt, tot aan A vol water.
Neemt men vervolgens den vinger weg, dan
ziet men uit D een waterstraal tot zekere hoogte,
bijv. C opspuiten.
Ware het korte been der buis zoo lang als
in de figuur door eene gestippelde lijn is aan-
gegeven, dan zou het water volgens de 263®*"
proef zich in het tweede been even hoog moeten
stellen als in het eerste. Het zou dus tot A'
komen, als de waterspiegel in het andere been
bij A stond. Dat de opstijgende waterstraal niet die hoogte bereikt,
is o. a. toe te schrijven aan den tegenstand, dien de terugvallende
droppels op den waterstraal uitoefenen. Laat men het buisje een
weinig hellen, zoodat de droppels ter zijde van den opstijgenden
waterstraal neervallen, dan stijgt het water veel hooger.
Op de uitkomst, bij de 263»'® Proef verkregen, berusten be-
Fig. 29.
Fig 30.
langrijke toepassingen. Het fleschjes-waterpas, waarmede men zonder