Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
145
van den cylinder tot grondvlak en de diepte, waartoe het plaatje
is ingedompeld, tot hoogte heeft.
Is de cylinder met het plaatje uit de vloeistof verwijderd, dan
worden de waterdeeltjes, die zich op de plaats bevinden, waar vroe-
ger het koperen plaatje was, met dezelfde drukking opwaarts gedre-
ven als het koperen plaatje. Toch ziet men die waterdeeltjes zich
niet naar boven bewegen. Zij worden tegengehouden door de druk-
king der hooger liggende lagen. Daar men ze ook niet naar beneden
ziet gaan, moet de drukking, die naar beneden gericht is, juist even
groot zijn als de drukking naar boven. Dit laatste laat zich ook reeds
afleiden uit de grootte van de drukking op den bodem.
Ieder horizontaal schijfje van eene vloeistof wordt naar beneden
gedrukt door het gewicht van eene kolom vloeistof, die de door-
snede van het schijfje tot grondvlak en deti loodrechten afstand
van het schijfje tot de oppervlakte der vloeistof tot hoogte heeft.
Daarentegen wordt het met eene even groote drukking naar boven
gedreven en blijft onder de werking van deze twee tegengestelde
drukkingen in rust.
Eigenlijk is de bovenstaande stelling alleen waar bij eene water-
Vlakte, een schijfje zonder dikte. Bij een schijfje daarentegen zijn de
beide drukkingen niet volkomen gelijk. Welke is de grootste?
263«'« Proef Men verbindt eene glazen buis, die men loodrecht
in de retortklem geplaatst heeft, door middel van eene caoutchouc-
buis achtereenvolgens met andere glazen buizen van verschillenden
vorm en verschillende wijdte, die men op geringen afstand van de
eerste buis plaatst. Telkens wanneer men de eerste buis met eene
van de andere buizen verbonden heeft, giet men zooveel water in
den toestel, dat de caoutchouc-buis geheel gevuld wordt en het water
in de beide glazen buizen zichtbaar wordt. Daarna vergelijkt men de
hoogten, waartoe het water in de beide buizen is opgestegen ').
Men bevindt, dat het water altijd in de beide buizen even hoog
komt te staan, hoe de tweede buis ook gevormd zij. Ook als men
de tweede buis niet loodrecht maar schuin stelt, blijft toch het waler
in de beide buizen even hoog staan.
') C)m den störenden invloed van de eapillariteit bij deze proef niet zicht-
baar te doen worden, is het noodig de gebruikte buizen niet al te nauw te
nemen.
SPBCTT, Leiddraad. 2e druk. 10