Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
140
haren vorm niet behoudt; laat men de vloeistof in een vat vallen,
dan neemt zij altijd den vorm aan van het vat, waarin zij wordt
uitgegoten, en haar bovenvlak vormt eene horizontale vlakte. Op
verschillende wijzen kan de vorm van die oppervlakte tijdelijk ver-
anderd worden, maar, aan de werking van het gewicht der water-
deeltjes overgelaten, neemt het oppervlak altijd weder zijnen oor-
spronkelijken vorm aan.
De beweeglijkheid der deeltjes van eene vloeistof heeft ten gevolge,
dat de drukking van vloeistoffen zich op geheel andere wijze open-
baart dan die van vaste lichamen. Een vast lichaam, bijv. een ijzeren
cylinder, zal óf in zijn geheel vallen èf in zijn geheel blijven staan.
Doet men den ijzeren cylinder in eenen nauwsluitenden koker en
laat men hem daarin op de tafel rusten, dan wordt alleen het onder-
vlak van den koker gedrukt, maar de zijwanden in, het geheel niet.
Bestaat echter het vaste lichaam uit deeltjes, die zich ieder afzonder-
lijk kunnen bewegen, dan verdeelt zich de drukking reeds op eenigs-
zins andere wijze. Als men in plaats van het stuk ijzer zand in den
koker brengt, dan worden niet alleen het ondervlak, maar ook de
zijwanden van den koker
gedrukt, en als deze van
eene niet stevige stof ge-
maakt is, kan hij barsten.
Met water, waarvan de
deeltjes nog veel beweeg-
lijker zijn, is de drukking
tegen de zijwanden nog
duidelijker.
22Q8te Proef. Men neemt
eene nauwmondige stop-
flesch , in wier zijwand op
verschillende hoogten drie
Fig. 26. gaatjesgeboordzijn,waarin
men door middel van lak kleine zijdelingsche buisjes bevestigd heeft,
die met kurkjes kunnen gesloten worden (zie fig. 26). Men sluit de
zijdingsche buisjes met de kurkjes en vult de flesch geheel met water,
zonder haar van boven te sluiten. Neemt men nu de kurk van het
onderste buisje, dan komt er een waterstraal te voorschijn, die eenfe
kromme lijn beschrijft. Als men den vorm van den waterstraal goed