Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
66. GEWICHT. SOORTELIJK GEAVICHT.
De dagelijksche ondervinding leert dat de lichamen vallen, als zij
niet ondersteund worden. Wordt de richting van dien val niet gewij-
zigd door storende invloeden, zooals een stoot, die aan het lichaam
wordt gegeven, of de werking van den wind, dan is zij voor eene
zelfde plaats altijd dezelfde. Zij valt bijna te zamen met de lijn, uit
die plaats naar het middelpunt der aarde getrokken, en wordt de
loodrechte of verticale richting genoemd.
Wordt het lichaam ondersteund, dan kan het niet vallen, maar
drukt op de onderlaag, waarop het rust, of rekt dekoord, waaraan
het is opgehangen. Hangt men een zwaar voorwerp aan eene dunne
koord, dan neemt die koord de richting van de loodrechte lijn aan.
Schietlood.
De drukking, die door verschillende lichamen op hunne Onderlaag
wordt uitgeoefend, wordt het gewicht dezer lichamen genoemd. Wil
men de drukking kennen, die door een lichaam wordt uitgeoefend,
zoo vergelijkt men haar met de drukking van andere lichamen. Men
weegt het, gewoonlijk door middel van de balans. De voorwerpen,
met welker drukking men die van alle andere vergelijkt, worden ge-
wichten genoemd. Door een gram verstaat men het gewicht van i
CC. zuiver water van 4° C. De overige gewichten zijn
het kilogram = 1000 gram,
)» hectogram = 100
11 decagram - 10
ï) decigram = O-I
>» centigram = o.ol
)ï milligram = o.ooi „
Al deze gewichten stellen dus de drukkingen voor \[an bepaalde
maten water. Men maakt de gewichten van eene stof, die niet ge-
makkelijk verandert, gewoonlijk van koper.
2586*6 Proef. Men neemt een kolfje van 100 CC., op welks hals
men een streepje heeft getrokken, en weegt het ledige kolfje. Daarna