Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
132
Bijtende potasch, bijtende soda en ammonia stemmen alle drie
hierin overeen, dat zij zuren neutraliseeren zonder koolzuur te geven.
Zij worden alkaliën genoemd. De twee eerste zijn vaste of vuiirbe-
stendige alkaliën; de ammoniak is een vluchtig alkali.
65. ZEEP, VETZUREN, GLYCERINE.
Als men boter op eene warme plaats in aanraking met lucht
laat staan, wordt zij langzamerhand ransig. Zij heeft dan eenen on-
aangenamen reuk en eenen onaangenamen smaak verkregen. Over-
giet men ransige boter met weinig water en brengt men daarna in
dit water een blauw lakmoespapiertje, dan wordt het lakmoes rood
gekleurd. Dus is er bij het ransig worden uit de boter eene zure stof
afgescheiden, die in de versche boter nog niet te ontdekken is.
In de zeepziederijen kookt men vet met eene oplossing van bij-
tende soda. Nadat men het koken langen tijd heeft voortgezet, is
het vet geheel en de soda grootendeels verdwenen. In plaats daarvan
is eene slijmige vloeistof ontstaan, waaruit de zeepzieder door toevoe-
ging van keukenzout de witte zeep afscheidt. De vloeistof, waaruit
zich de witte zeep heeft afgescheiden, bevat, behalve de overtollige
soda en het keukenzout, ook glycerine. De glycerine is eene dikke
vloeistof van eenen zoeten smaak, die in groote hoeveelheid verkre-
gen wordt bij de fabrikatie der stearinekaarsen.
Neemt men in plaats van bijtende soda bijtende potasch, en voegt
men geen keukenzout toe, dan verkrijgt men eene weeke zeep, die
met de glycerine en de overtollige potasch gemengd blijft. De groene
zeep wordt op dergelijke wijze bereid.
Als me7i vetten met bijtende soda of bijtende potasch kookt, ver-
krijgt men zeep en glycerine.
De harde zeep bevat dus soda, de.weeke potasch. Daarenboven
moeten zij nog het een of ander bestanddeel uit de vetten bevatten.
Hoe zal men dit bestanddeel uit de zeep afscheiden?
256'te Proef. Men maakt eene oplossing van spaansche zeep
in warm regenwater of gedistilleerd water, voegt bij de oplossing