Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
^dc Proef. Men giet de verzadigde zoutoplossing in een ander
bekerglas en zorgt daarbij dat de onopgeloste zoutkristalletjes in het
eerste terugblijven. Daarna brengt men in de verzadigde zoutoplossing
suiker, bij kleine hoeveelheden.
Fn eene verzadigde zoutoplossing, (die dus geen zout meer kan
oplossen), kan suiker worden opgelost.
4. ZAND.
Men vindt het zand in korrels van verschillende grootte (lekzand,
schuurzand, grind). De kleur is gewoonlijk geel of wit.
,o<ie Proef. In twee bekerglazen brengt men twee verschillende
zandsoorten, die niet al te onzuiver mogen zijn, met veel water te
zamen. Nadat men met eene roerstaaf heeft omgeroerd, zakt het zand
onveranderd oj) den bodem, en ook het water blijft onveranderd.
Zand is onoplosbaar in water.
5. ZAND KN ZOUT.
I jd« Proef. Men mengt ongeveer 50 gram zand met 50 gram
fijn zout in den mortier en brengt het mengsel in een bekerglas,
waarin men ongeveer 200 CC. water verwarmd heeft. Nadat men
eenige minuten geroerd heeft, laat men het bekerglas rustig staan.
Het zand zet zich op den bodem af; de bovenstaande oplossing
giet men in eene porseleinen st-haal en damjit uit. Na afloo]) der
verdamping blijft het zout in de schaal over.
Uit een mengsel van eene oplosbare met eene onoplosbare stof kan
?ncn dc eerste door oplossen eti uitdampen afscheiden. (Bezinksel;
bezinken, heldere oplossing, afgieten).
12de Proef. Ret zand, dat bij de vorige proef met een gedeelte
van de zoutoplossing in het bekerglas is teruggebleven, mengt men
met water. Men roert daarna om en, voordat het zand bezonken is,
giet men de vloeistof door een papieren filter, dat in eenen glazen
trechter is geplaatst.
De zoutoplossing dringt door het filtreerpapier; het zand blijft op
het filter liggen. Filtreeren.