Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
129
maar kan niet verbranden, omdat daar geen lucht aanwezig is. (Zie
over de noodzakelijkheid der lucht bij de verbranding hierboven
blz. 99.)
Laat men olijfolie in den winter staan, dan wordt zij gedeeltelijk
vast. Perst men den weeken koek, waarin de olijfolie veranderd is,
dan verkrijgt men eene kleurlooze of lichtgele vloeistof, die horloge-
makersolie of olettie genoemd wordt. Men houdt een vast vet, de
pahnitme, over.
De niet-drogende oliën zijn mengsels van vloeibare oleïne met vaste
palmitine en kleine hoeveelheden van andere stoffen. De vaste vetten
bevatten ook oleme en palmitine, maar daarenboven eene grootere
of kleinere hoeveelheid van een ander vast vet, dat men stearine
genoemd heeft.
^'an de oliën en vetten die noch als voedsel, noch bij het verven,
noch ter verlichting gebruikt worden, maakt men zeep door ze te
koken met bijtende potasch of bijtende soda. Voordat wij de berei-
ding van zeep bespreken, zullen wij eerst nagaan, hoe men bijtende
potasch en bijtende soda maakt.
64. BIJTENDE POTASCH EN BIJTENDE SODA.
250'*« Proef. Men lost 30 gram soda in 100 gram water op en
verwarmt de oplossing in eene porseleinen schaal. Daarna overgiet
men omstreeks 15 gram gebrand marmer met water, zoodat er een
dikke brij ontstaat (zie blz. 14). Men laat daarna zien, dat de soda-
oplossing met zoutzuur opbruist, d. i. koolzuur ontwikkelt, de ge-
bluschte kalk niet (zie blz. 77 en 79). Als de sodaoplossing kookt,
brengt men achtereenvolgens kleine hoeveelheden van den kalkbrij
in de kokende vloeistof Nadat het grootste gedeelte van de kalk
gebruikt is, neemt men de vlam weg en filtreert een klein gedeelte
van de warme vloeistof door een papieren filter. De rest giet men in
een bekerglaasje, dat men met een glazen plaatje bedekt.
De gefiltreerde vloeistof bruist niet meer met zoutzuur. Dus is er
geen koolzuur meer in de oplossing. Waar kan het gebleven zijn?
Men overgiet de kalk, die op het filter is achtergebleven, met zout-
zuur. Zij geeft eene duidelijke ontwikkeling van koolzuur.
SPRCYT, Leiddraad. 2e druk. 9