Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
128
Men verdeelt de oliën in drogende oliën, zooals de lijnolie en in
niet-drogende oliën, zooals de raapolie. Van de hierboven genoemde
oliën behoort alleen de lijnolie tot de drogende.
De lijnolie droogt veel sneller, als zij eerst zoo sterk verhit is ge-
worden, dat zij gas begint te ontwikkelen en bruin wordt. Nog beter
droogt zij, als men haar met loodglit sterk verwarmd heeft. Eene
dergelijke olie wordt gekookte lijnolie genoemd. Om op hout te ver-
ven mengt men de verfstoffen met gekookte lijnolie en strijkt ze
over het hout uit. Na een paar dagen en somtijds na weinige uren
is de verf droog geworden.
De niet-drogende oliën en de vaste vetten kunnen bij het verven
niet aangewend worden. Men gebruikt de zuiverste daarvan, bijv.
rundervet, reuzel, boter, olijfolie als voedsel, de minder zuivere
voor kaarsen of als olie in de lampen.
2489'« Proef Men steekt eene vetkaars aan, en spreidt de draden
van de pit niet uiteen, maar laat ze tegen elkander sluiten.
Tijdens de verbranding ziet men het vet smelten. Het gesmolten
vet wordt in de pit naar boven gezogen. Bij nauwkeurig toezien be-
merkt men aan de oppervlakte van de pit eene voortdurende vorming
van gasblaasjes als in eene kokende vloeistof
2499'e Proef Men brengt een stukje fijn metaalgaas, dat men
horizontaal houdt, van boven af in de vlam.
De vlam wordt door het metaalgaas afgesneden. Boven het gaas
ziet men rook en zwarte kooldeeltjes opstijgen. Houdt men eenen
brandenden zwavelstok boven het metaalgaas, dan ontbrandt de op-
stijgende rook.
/« eene vetkaars verbrandt geenszins het onveranderde vet, maar
het gas en de dampen, die in de pit uit het gesmolten vet gevormd
zijn.
Men kan uit vet lichtgas maken (zie de 104''® en de 246«'® Proef).
In het groot doet men dit in sommige gasfabrieken. Ook bij het
branden van eene kaars wordt er uit het vet eerst een brandbaar gas
gevormd, en het is dit gas, dat in de vlam der kaars verbrand wordt.
Hoe zou het komen, dat de pit van eene vetkaars zoo lang on-
verbrand blijft? Zouden brandbare stoffen, binnen in de kaarsvlam
gebracht, daarin kunnen branden? Men brengt eenen luciferskop bin-
nen in de vlam.
Midden in eene kaarsvlam wordt een voorwerp wel sterk verwarmd.