Boekgegevens
Titel: Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Auteur: Arendt, R.; Bellaar Spruyt, Cornelis
Uitgave: Groningen: Wolters, 1889
2e [gew.] dr; 1e dr.: Arnhem, 1870-1872. - 3 dl. in 1 bd
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 960
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200059
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leiddraad bij het onderwijs in de kennis der levenlooze natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
127
De vetten lossen in warmen alcohol op; de hoeveelheid opgelost
vet is echter gering.
244"*e Proef. Men laat dit zien door kleine hoeveelheden talk en
raapolie in reageerbuisjes met sterken alcohol te koken, daarbij
zorgende, dat de alcoholdamp niet in brand raakt, den alcohol van
het overtollige vet af te gieten en hem te laten bekoelen. Uit den
bekoelden alcohol zet zich een weinig vet af.
Daarentegen lossen de vetten gemakkelijk op in benzol.
2458*0 Proef Men schudt raapolie en talk in reageerbuisjes met
benzol. Het buisje met talk en benzol wordt een weinig verwarmd.
Men doet dit met de noodige voorzichtigheid, liefst in een waterbad,
omdat de benzol zoo licht brandbaar is.
Daar de vetten zoo gemakkelijk in benzol oplossen, is benzol een
geschikt middel ter verwijdering van vetvlekken.
Dat de vetten brandbaar zijn, is aan ieder genoegzaam bekend. Zij
branden met eene lichtgevende, walmende vlam, evenals de harsen.
Wat er bij droge distillatie van raapolie geschiedt; is ons reeds op
blz. 47 bij de 104^» proef gebleken.
2468te Proef Men brengt'in hel buisje a van den toestel, die in
Fig. 24, blz. 119 is afgebeeld, rundervet en onderwerpt het aan
droge distillatie. In het buisje c verzamelt zich eene vloeistof; uit het
buisje d komt een gas, dat met eene lichtende vlam brandt. In het
buisje a blijft een weinig kool achter.
De vetten onderscheiden zich dus, behalve door hunnen vetglans
en hun vetachtig aa7ivoelen, doordat zij in water volstrekt niet,
in warmen alcohol weinig, in benzol gemakkelijk oplossen; door-
dat zij branden met eene lichtende en walmende vlam, en bij droge
distillatie onder achterlating van weinig kool in brandbare gassen
en dampen overgaan.
Door de laatstgenoemde eigenschap onderscheiden zij zich van de
aetherische oliën, die uiterlijk veel op vette oliën gelijken (zie hier-
boven blz. 49).
2478te Proef. Men bestrijkt een glazen plaatje met een dun
laagje lijnolie, een ander glazen plaatje met een dun laagje raapolie,
en zet de beide plaatjes op eene warme plaats, waar weinig stof valt,
het liefst in de zon.
Xa weinige dagen is de lijnolie in een vast, samenhangend huidje
veranderd; de raapolie is onveranderd gebleven.